Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
(…)
Er stonden wel 1000 kinderen in de gang en dat Syrische meisje is de enige die heeft gehoord dat ik iemand zou gaan slaan na school. Er worden veel buitenlanders hier gehaald met problemen in hun hoofd. Ik zei dat ik na school mijn dochter op moest komen halen. Mijn advocaat heeft gevraagd om camerabeelden maar die zijn er niet. U vraagt mij naar de situatie op school. Mijn zoon is bang van de situatie. Eén van mijn kinderen gaat nog naar die school. Dat meisje zegt dat zij een trauma heeft opgelopen maar ik betaal niets. Dat is de reden dat ik het er niet mee eens ben. Zij heeft wel een verklaring af mogen leggen maar mijn zoon niet. Jullie moeten dat gaan onderzoeken. Er is geen hek, het is gewoon een speelplaats. Er is geen zicht op de kinderen. Kijk in mijn telefoon wat de politie met mensen doet en jullie zien die dingen en vinden het normaal. Ik ben boos. De politie slaat iemand in een rolstoel.
”
onderzoekenof de uit de zittingszaal verwijderde verdachte kan terugkeren in de zittingszaal, wordt onderkend dat de verwijdering van de verdachte uit de zittingszaal een grote inbreuk maakt op zowel het aanwezigheidsrecht als de verdedigingsrechten van de verdachte, en wordt aan de verdachte de kans geboden deze inbreuk te herstellen. [8] Dat onderzoek hoeft overigens niet te resulteren in de terugkeer van de verdachte in de zittingszaal. Wanneer de rechter van oordeel is dat de verdachte onvoldoende tot bedaren is gekomen en zijn inschatting is dat het proces in aanwezigheid van de verdachte niet ordelijk kan verlopen, staat het de rechter vrij te beslissen dat de verdachte niet mag terugkeren. Maar het op zijn minst
instellenvan een onderzoek zie ik als een belangrijke waarborg in het licht van het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn en daar desgewenst het (laatste) woord te voeren. Dat geldt te meer wanneer de verdachte niet wordt bijgestaan door een raadsman. De verwijdering uit de zaal heeft dan tot gevolg dat het perspectief van de verdachte in het geheel niet meer naar voren kan worden gebracht. [9]
closing argumentsvan de officier van justitie te onderbreken. De verdachte werd twee keer gewaarschuwd door de rechter en bij een derde verstoring uit de zittingszaal verwijderd. De verdachte werd bijgestaan door een advocaat, die namens de verdachte het woord kon voeren ten behoeve van
de closing arguments. De rechter heeft de verdachte niet meer teruggeroepen om het laatste woord te voeren. Het EHRM achtte de verwijdering van de verdachte uit de zaal in deze zaak niet in strijd met art. 6 EVRM Pro, mede omdat de verdachte werd bijgestaan door een raadsman die de verdediging kon voortzetten. De Grote Kamer stelde zich achter het oordeel van de Kamer van het EHRM in deze zaak en overwoog als volgt:
2. Removal of the applicant from the courtroom
Balliu v. Albania, no. 74727/01, § 25, 16 June 2005). On the whole, the Court is called upon to examine whether the criminal proceedings against the applicant, in their entirety, were fair (see, among other authorities,
Imbrioscia v. Switzerland, 24 November 1993, Series A no. 275, § 38;
S.N. v. Sweden, no. 34209/96, § 43, ECHR 2002-V; and
Vanyan v. Russia, no. 53203/99, § 63-68, 15 December 2005).