Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Wat aan het cassatieberoep vooraf is gegaan
Het standpunt van de belanghebbende
3.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Stb. 1993, 11) art. 552ab Sv is ingevoerd en onder meer art. 552f Sv is gewijzigd. Bij die wet is voorts de werking van art. 591 lid Pro 5 (oud) Sv – het huidige art. 529 lid 5 Sv Pro – verder uitgebreid door die bepaling (ook) van overeenkomstige toepassing te verklaren op de procedure van art. 552ab Sv, maar niet op die van art. 552f Sv. Kennelijk heeft de wetgever (destijds) art. 552f Sv willen uitsluiten van de werking van art. 591 lid Pro 5 (oud) Sv. De wetsgeschiedenis bij art. 591 lid Pro 5 (oud) Sv en het huidige art. 529 lid 5 Sv Pro houdt ook niets in waaruit het tegendeel blijkt. Dat leidt ertoe dat de door de belanghebbende gemaakte kosten voor rechtsbijstand in de art. 552f Sv-procedure niet op grond van art. 530 lid 2 Sv Pro voor vergoeding in aanmerking komen. [5] Na een doorgeleiding van de zaak naar het hof Den Haag zal derhalve geen andere beslissing kunnen volgen dan niet-ontvankelijkverklaring van de belanghebbende in zijn verzoek tot toekenning van een vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand in de art. 552f Sv-procedure. Bij die stand van zaken meen ik dat de Hoge Raad om doelmatigheidsredenen de zaak zelf zou moeten afdoen door de belanghebbende niet-ontvankelijk te verklaren in het cassatieberoep en de zaak niet door te geleiden naar het hof. [6]