2.4.Uit het vorenoverwogene volgt dat het Hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep op de grond dat dit beroep eerst na het verstrijken van de appeltermijn ter griffie van de juiste instantie is ingesteld. De enkele omstandigheid dat – naar is gesteld – de raadsman binnen die termijn een schriftelijke volmacht heeft verzonden naar de griffie van een ander gerecht, leidt dus niet tot een ander oordeel.’
10. In de onderhavige zaak heeft de advocaat bij het verzenden van de volmacht die tot het opmaken van de akte cassatie heeft geleid geen keus gemaakt en deze zowel naar (de griffie van) het gerechtshof als naar de rechtbank gestuurd. Die enkele omstandigheid brengt naar het mij voorkomt evenwel niet mee dat de volmacht anders behandeld dient te worden dan een volmacht die enkel aan de griffie van de rechtbank is verzonden en daarna wordt doorgezonden naar de griffie van het hof. De ‘Volmacht instellen hoger beroep’ houdt in dat ondergetekende (de advocaat) ‘hierdoor bepaaldelijk volmacht (verleent) aan de medewerker van de griffie van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch om dit hoger beroep namens ondergetekende ten behoeve van [verdachte] in te stellen’. Daarmee doet zich naar het mij voorkomt niet de situatie voor dat de volmacht is verleend aan een medewerker van het gerecht door hetwelk de beslissing is gegeven.
11. Ik merk daarbij nog op dat het verschil in benadering tussen de fout die bestaat in het aanwenden van een rechtsmiddel bij de verkeerde instantie en fouten die bestaan in een minder juiste formulering van de volmacht een rechtvaardiging kan vinden in de ingewikkelde constructie van de volmacht aan de griffier, die niet uit de wet valt af te leiden.Dat verschil in benadering brengt mee dat de omstandigheid dat de volmacht niet de verklaring van de advocaat inhoudt dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van cassatieberoep niet fataal is, maar de omstandigheid dat de advocaat in de volmacht een medewerker van de griffie van de rechtbank machtigt (om hoger beroep in te stellen tegen het ‘vonnis van het Gerechtshof’) wel.
12. Een en ander brengt mee dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is.
13. Ten overvloede derhalve merk ik inzake de vraag of het cassatieberoep tijdig is ingesteld nog het volgende op.
14. Uit de ‘Akte instellen hoger beroep’ volgt dat het hoger beroep op 21 januari 2021 namens verdachte is ingesteld door een medewerker van de griffie van de rechtbank, [betrokkene 2] , die daartoe was gemachtigd ‘blijkens de aan deze akte gehechte brief welke dient te worden beschouwd als een bijzondere volmacht’. Die brief is (kennelijk) een e-mail met bijlage. De bijlage behelst een ‘Volmacht instellen hoger beroep’, verstrekt door een advocaat, waarin onder meer is vermeld: ‘Ondergetekende, mr. T.P.M. Kouwenaar, stemt hiermee namens de verdachte in met het door de medewerker ter griffie aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep’.
15. Bij de stukken van het geding bevindt zich voorts een ‘Akte van Uitreiking’ die het volgende inhoudt:
‘Akte van uitreiking van de gerechtelijke brief van de advocaat-generaal bij het bovengenoemde ressortsparket, genummerd als hieronder vermeld en bestemd voor:
ParketNr 01-183576-20; 20-002509-18 (tul)
Naam [verdachte]
Geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats]
Wonende [a-straat 1] [plaats]
De hierboven bedoelde gerechtelijke brief heb ik, ondergetekende, op 21 januari 2021 te 10:15 uur, te ‘s-Hertogenbosch
uitgereikt aan de geadresseerde in persoon.
Deze akte heb ik terstond op ambtseed (ambtsbelofte) opgemaakt en ondertekend.
Naam en voorletters: [betrokkene 2]
functie: Medewerkers Centrale Informatiebalie
standplaats: ’s-Hertogenbosch
De om deze akte bedoelde gerechtelijke brief is aan mij uitgereikt