Conclusie
Nummer21/05229
middelbevat de klacht dat ’s hofs oordeel dat het in de onderhavige zaak niet naleven van het handhavingsbeleid zoals dat volgt uit de brief van de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 11 december 2018 dient te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging onbegrijpelijk en/of ontoereikend is gemotiveerd.
Processtukken en Kamerstukken
De verdachteverklaart:
De raadsman deelt mede:
De verdachte verklaart:
De officier van justitie houdt het requisitoir. (…)
De officier van justitie merkt ter toelichting op:
De raadsman voert het woord tot verdediging en voert aan:
Kamerstukken II, 2017/18, 303, waarbij deze problematiek door Kamerleden aan de orde is gesteld. Een Kamerlid vraagt aandacht voor rijden onder invloed van medicinale cannabis. Door de minister wordt in dat verband gezegd dat bekeken zal worden of het mogelijk is om een uitzondering te maken voor mensen die medicinale cannabis gebruiken. Deze uitzondering zou op verschillende manieren vorm kunnen krijgen en er werd in 2017 gezegd dat de kamer zo spoedig mogelijk over de uitkomst hiervan zou worden geïnformeerd. Er is daarna echter kennelijk niets meer mee gebeurd. (…) Het oude artikel 8 Wegenverkeerswet Pro bood voor dit soort situaties een oplossing. Dat onder de nieuwe wetgeving het onder invloed zijn is geobjectiveerd, daar kun je je iets bij voorstellen, maar het individu wordt hierbij uit het oog verloren.
BFK: in) een vorderingstraject bij het CBR is terechtgekomen, met alle kosten en gevolgen van dien. Cliënte heeft een onderzoek naar de geschiktheid opgelegd gekregen en de geldigheid van haar rijbewijs is lange tijd geschorst, omdat zij i) financieel niet in staat was om het bedrag in een keer te betalen en ii) het CBR met grote achterstanden kampt. Cliënte heeft van 27 februari 2019 tot 4 mei jl., dus één jaar en ruim twee maanden, niet over haar rijbewijs kunnen beschikken (…). Hierdoor is zij bovendien haar baan verloren. Ik verzoek u gezien deze feiten en omstandigheden dan ook het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren.
BFK: maken tussen) medicinaal en recreatief gebruik van de stoffen, omdat de verkeersveiligheid centraal staat. Zoals in de antwoorden op de Kamervragen van 12 oktober 2017 is aangegeven, is dit standpunt gewijzigd. Bestuurders die op medisch voorschrift en onder behandeling van een arts geneesmiddelen gebruiken en voldoen aan de geschiktheidseisen van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), moeten kunnen deelnemen aan het verkeer zonder daarbij strafbaar te zijn.
van ruim twee jaar geledenvolgt namelijk dat de politiek heeft bepaald dat er ingeval van een positief testresultaat bij bestuurders die op medisch voorschrift geneesmiddelen gebruiken wel beleid behoort te zijn. Sterker nog, in deze brief wordt het gewenste beleid reeds ondubbelzinnig voorgeschreven. Het feit dat het Openbaar Ministerie desondanks jarenlang heeft nagelaten om formeel beleid te maken, levert strijd op met de beginselen van een behoorlijke procesorde. Alleen al om die reden dient het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vervolging.
naar aanleiding van een vermelding in depolitiesystemenen dus niet op basis van uiterlijke kenmerken. Ook in het proces-verbaal staat: ”
Ik vertelde haar dat wij haar aan een controle onderwierpenomdat er eerder een mutatierapport (2018) was gemaakt met de informatie dat de bestuurster mogelijk onder invloed zou zijn van verdovende middelen.". Over deze vermelding in het politiesysteem is cliënte overigens enorm verbaasd. Dit is namelijk geenszins in overeenstemming met de waarheid. Cliënte is namelijk altijd zeer zorgvuldig omgegaan met haar THC-gebruik en is niet bekend met een situatie die tot deze vermelding heeft kunnen leiden. Cliënte gebruikt namelijk alleen 's avonds THC en neemt daarna niet meer deel aan het verkeer. Wat daar ook van zij, dient dit tot de conclusie te leiden dat er allerminst sprake was van afwijkend rijgedrag. Omdat hiervan geen sprake is, is cliënte - op grond van de eerder aangehaalde brief van de ministers - dus door het Openbaar Ministerie de gelegenheid onthouden om aan haar doktersrecept in te sturen, hetgeen strijdig is met de beginselen van een behoorlijke procesorde en tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie moet leiden.
BFK: dat) de verdachte staande is gehouden naar aanleiding van een melding in het ANPR-systeem (signalering van kenteken) en dat vervolgens van haar werd gevorderd medewerking te verlenen aan een speekseltest. Het resultaat van deze speekseltest gaf een indicatie aan voor cannabisgebruik. Bij het verhoor bij haar staande houding, en ook daarna, heeft de verdachte direct verklaard dat zij al 10 jaar ongeveer 3 joints per dag rookt in verband met haar reuma.
Wet drugs in het verkeer
Huidige praktijk
Oplossing voor gebruikers van geneesmiddelen
Tot slot
Bespreking van het middel
middelbetreft als gezegd ’s hofs oordeel dat het in de onderhavige zaak niet naleven van het handhavingsbeleid zoals dat volgt uit de brief van de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 11 december 2018 dient te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.