Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewezenverklaring en de bewijsoverwegingen
of omstreeks1 september 2018 te [plaats]
, althans in het arrondissement Midden-Nederland,[aangever] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/ofmet zware mishandeling
,door
die [aangever] dreigend de woorden toe te voegen "I kill you. I kill you and your dog" en/of "I got you and your dog. I don't care about your child. I kill you and your dog", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/ofdie [aangever] dreigend een mes te tonen en
/ofvoornoemd mes in de richting van die [aangever]
te houden en/ofte richten.”
3.Bespreking van het eerste middel
doordathet hof – hoewel het (de verdachte) heeft vrijgesproken van de hem tenlastegelegde verbale bedreigingen – de aangifte inclusief die verbale bedreigingen voor het bewijs heeft gebezigd en aldus de veroordeling (en de verwerping van het beroep op diverse noodweer-varianten) mede heeft gebaseerd op gedragingen waarvan het (de verdachte) heeft vrijgesproken,
zodatwezenlijke delen van de voor het bewijs gebezigde aangifte, zonder nadere doch ontbrekende motivering, niet redengevend zijn”.
4.Bespreking van het tweede middel
Strafbaarheid van de verdachte
hond(…) rustig bleef”. Dit betekent echter niet dat de verwerping van het beroep op noodweer daardoor onbegrijpelijk is. Daarbij neem ik het volgende in aanmerking. In de eerste plaats blijkt uit de verklaring van [betrokkene 1] dat de hond
aangelijndnaast de aangever stond. In de tweede plaats leert een blik achter de papieren muur dat uit de verklaring van [betrokkene 1] blijkt dat de hond
links schuin achterde aangever stond. [7] Het oordeel van het hof dat de verdachte niet uit reactie heeft gehandeld nadat de hond hem aanviel, acht ik dan ook niet onbegrijpelijk. Kennelijk was van een noodweersituatie geen sprake. Het hof heeft de verwerping van het noodweerverweer toereikend en niet onbegrijpelijk gemotiveerd.