Conclusie
1.Inleiding
Middel Ikomt op tegen het oordeel dat het ingevoerde goed geen tabaksafval is. Het middel betoogt verder dat tabaksafval alleen als rooktabak kan worden aangemerkt als het voldoet aan de voorwaarden in art. 5(1)b van Richtlijn 2011/64.
Middel IIvoert aan dat het Hof buiten de rechtsstrijd van partijen is getreden door te oordelen dat het ingevoerde goed niet als tabaksafval kan worden beschouwd.
Middel IIIbetoogt dat zelfs al zou het ingevoerde goed geen tabaksafval zijn, het geen tot verbruik bereide rooktabak is in de zin van art. 29 WA Pro, in samenhang gelezen met art. 5(1)a van Richtlijn 2011/64. Het Hof geeft een onjuiste uitleg aan het begrip ‘gesneden tabak’. Bovendien acht het middel onjuist dat het Hof uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie afleidt dat dient te worden vastgesteld of het product kan worden gerookt. Het gaat er niet om of het product smeult en daarom technisch gezien kan worden gerookt, maar of het product geschikt is te worden gerookt zonder verdere industriële bewerking. Het Hof heeft ten onrechte de rooktest in de toelichting, bijlage A, bij GN-post 2401, die niet is geschreven voor de accijnswetgeving, voldoende geacht.
Middel IVbetwist de representativiteit van het monster en verwijst in dit kader onder meer naar de procedure voor tabak in SAMANCTA (sampling manual for customs and tax authorities).
Middel Vis een ‘veegmiddel’ en bevat geen zelfstandige klachten.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
kanworden gerookt. Het Douanelaboratorium heeft hiervoor de tabak naar het RIVM gestuurd. De rooktest is uitgevoerd conform de procedure die is beschreven in de Toelichting EG, bijlage A, op GN-post 2043. Het RIVM heeft de tabak volgens de procedure beschreven in genoemde toelichting in sigarettenvloei gerold en de aldus vervaardigde sigaret in een rookmachine geplaatst voor een rooktest. Daarbij is geconstateerd dat het product geschikt is om te worden gerookt.
3.Het geding in cassatie
4.Tabaksafval en rooktabak
Inleiding
Eko-Tabakervan lijkt uit te gaan dat onder rooktabaksafval de resten van tabaks
stelenvallen, maar niet de resten van tabaks
bladeren. Hij merkt dat laatste juist aan als ‘echte rooktabak’. Ik citeer: [13]
geheel of gedeeltelijkuit andere stoffen dan tabak bestaan, maar aan de overige criteria voor rooktabak van art. 5 voldoen Pro, worden gelijkgesteld met rooktabak. Het Hof van Justitie heeft in het arrest
Smits-Koolhoven [15] bevestigd dat alleen producten die geen tabak bevatten en bovendien “uitsluitend medische doeleinden dienen”, zijn uitgezonderd van deze regel. [16]
Eko-Tabak [18] . In die zaak ging het om de uitleg van ‘gesneden of versnipperd’ en ‘zonder nadere industriële verwerking’ in de zin van art. 5(1)b van Richtlijn 2011/64. [19] De producten in kwestie waren gedroogde, platte, onregelmatige, gedeeltelijk gestripte tabaksbladeren. Het ging in de eerste plaats erom of die bladeren waren gesneden of versnipperd. In zijn conclusie voor dit arrest haalt A-G Wahl de doelen van Richtlijn 2011/64 aan ter onderbouwing van een ruime opvatting van het begrip rooktabak die meebrengt dat een gedroogd tabaksblad dat gedeeltelijk in tweeën is gescheurd, vergelijkbaar is met een gedroogd tabaksblad dat volledig in tweeën is gescheurd: [20]
Eko-Tabakonderschreven dat het begrip rooktabak ruim moet worden uitgelegd. Het oordeelt in dit arrest als volgt:
Skonis ir kvapas [21] . In dit arrest heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat waterpijptabak dat gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaat, als rooktabak in de zin van art. 5(1)a van Richtlijn 2011/64 kan worden beschouwd. Ik citeer:
f6 Cigarettenfabrik. In deze zaak gaat het erom of de Accijnsrichtlijn de lidstaten toestaat om op verhitte tabak een aanvullende belasting te heffen. Eerst onderzoekt de A-G of dit product onder het toepassingsbereik van Richtlijn 2011/64 valt. Hij schrijft (voetnoten weggelaten): [22]
5.Gesneden tabak
Eko-Tabak. De uitleg van ‘gesneden’ als “een deel of een stuk van iets wegnemen” verwijst volgens het middel naar het primaire product. Tabaksafval is echter niet het stuk of deel van het tabaksblad dat wordt weggenomen, maar juist wat overblijft.
Eko-Tabakheeft het Hof van Justitie uitleg gegeven aan de begrippen ‘gesneden’ en ‘versnipperd’ aan de hand van de gebruikelijke betekenis die – naar het oordeel van het Hof van Justitie – bijzonder ruim is:
Eko-Tabakis toegepast in een Nederlandse strafzaak. De verdachte had zich schuldig gemaakt aan het in strijd met de WA voorhanden hebben van grote hoeveelheden onveraccijnsde rookwaar. In het vonnis gaat de rechtbank Overijssel na of sprake is van een accijnsgoed, namelijk rooktabak. De rechtbank acht van belang of er nog een hoofdnerf aan het blad zit: [26]
Eko-Tabakgeen aanknopingspunten voor de opvatting van belanghebbende. Ik zie in het bijzonder geen referentie naar het primaire product en het restproduct. Daarin een onderscheid aanbrengen lijkt me niet in overeenstemming met de doelen van Richtlijn 2011/64. Om concurrentievervalsing te voorkomen, moeten producten die op een bepaalde categorie lijken (zoals normale rooktabak), worden beschouwd als behorend tot die categorie (vgl. 4.27). Als tabaksbladeren worden gesneden om rooktabak te produceren, zouden niet alleen de delen van tabaksbladeren die zijn bestemd voor de beoogde primaire producten, maar ook de resten daarvan moeten worden aangemerkt als normale rooktabak. Ze hebben immers dezelfde bewerking ondergaan. Ik zie bovendien in de (ruime) uitleg van het begrip ‘gesneden’ in
Eko-Tabakgeen aanwijzing dat alleen het primaire product kan zijn gesneden.
6.Geschikt om te worden gerookt
Eko-Tabakis het Hof van Justitie ingegaan op de voorwaarde “geschikt (…) om zonder verdere industriële verwerking te worden gerookt”. Het Hof van Justitie geeft in dit arrest met name uitleg aan het begrip “industriële verwerking”. Ik citeer:
Skonis ir kvapasheeft het Hof van Justitie overweging 30 uit
Eko-Tabakherhaald en vervolgens geoordeeld:
Eko-Tabakdat een product dat geschikt is om te worden gerookt, maar niet als zodanig is bestemd [33] , ook rooktabak kan zijn in de zin van art. 5(1)a van Richtlijn 2011/65.
Eko-Tabakniet duidelijk wanneer een product precies geschikt is om te worden gerookt. In die zaak had de verwijzende rechter al vastgesteld dat het product in kwestie daarvoor geschikt was. Ik citeer:
Volgens de plaatselijke rechter was ook voldaan aan de voorwaarde dat de bladtabak geschikt was om te worden gerookt, omdat irrelevant was of het product als zodanig geschikt was om te kunnen worden gerookt.Cruciaal was veeleer de algemene kwaliteit van het materiaal, ongeacht de vorm daarvan op een gegeven tijdstip (bijvoorbeeld ten tijde van de inbeslagneming door de belastingdienst). Hij verwees andermaal naar de resultaten van tests van het technische douanelaboratorium, waarin deze conclusie steun vond, aangezien gewone wijdverspreide doe-het-zelf voorbereiding, waarbij de bladtabak werd gesneden met een mes of geplet in een blender, de tabak geschikt maakte om te worden gerookt in een pijp [Or. 4] of in de vorm van handgerolde sigaretten.
Hij verklaarde ook het oneens te zijn met verzoeksters argument dat de in beslag genomen bladtabak een grondstof was, omdat hij ten tijde van de inbeslagneming ervan werd verwerkt door fermentatie en gedeeltelijke stripping; dit is opnieuw afgeleid uit de testverslagen van het technisch douanelaboratorium.”
Eko-Tabakaan die voorwaarde was voldaan, stond al vast (6.8). Het Hof heeft in deze procedure de rooktest geschikt geacht om te kunnen vaststellen of het product van belanghebbende geschikt is om te worden gerookt.
- Sigarettenhulzenvuller: breng een passende hoeveelheid van het monster (ten minste 0,5 g) in de sigarettenhulzenvuller en rol de sigaret verder volgens de gebruiksaanwijzing van de specifieke vuller.
- Steek de vervaardigde sigaretten aan met een aansteker en laat ze vrijelijk gloeien zonder eraan te trekken (dit om overtollig papier te verbranden). Neem met regelmatige tussenpozen van ongeveer dertig tot zestig seconden trekjes van de sigaret, afhankelijk van de kwaliteit van de tabak. De gemiddelde duur van een trekje bedraagt ongeveer twee seconden.
Schenker [41] , een douanezaak, heeft het Hof van Justitie geoordeeld over rooktabak dat (deels) bestond uit tabaksafval. Het Hof van Justitie oordeelde – aan de hand van de indelingsregels voor de tariefindeling van douanegoederen – dat die goederen ondanks de aanwezigheid van tabaksafval niet vallen onder GN-post 2401 (o.m. ruwe tabak en afvallen van tabak), maar onder GN-post 2403 (rooktabak). Opgemerkt moet worden dat het zich hierbij baseerde op de feitelijke vaststelling van de nationale rechter dat het ging om rooktabak. [42] Het Hof van Justitie is in dit arrest niet ingegaan op de rooktest.
Skonis ir kvapas [45] – een arrest uit 2019, niet te verwarren met het hiervoor aangehaalde gelijknamige arrest uit 2020 (6.4-6.6). Hierin gaat het om de kwalificatie voor accijnsdoeleinden van tabaksrolletjes met een dekblad van natuurtabak die gedeeltelijk zijn omhuld met een extra papieren laag. Het Hof van Justitie oordeelt in het arrest dat de tabaksrolletjes vallen onder de categorie ‘sigaren of cigarillo’s’ (art. 4(1)a van Richtlijn 2011/64) en verwerpt het betoog dat door de extra papieren laag de rolletjes meer gelijkenissen vertonen met sigaretten. Deze indeling kan niet in twijfel worden getrokken door de GN-toelichtingen, zo oordeelt het Hof van Justitie:
Eko-Tabakhierin de volgende passages zijn opgenomen (cursiveringen CE): [47]
voor zover deze producten niet geschikt zijn om te roken):
Smokability of tobacco refuse – as well as any other tobacco product – is defined via the so-called smoking test, which has been recently included in the Explanatory Note to the CN Code.(…)
On the contrary, in Hungary, Poland, United Kingdom and Slovakia tobacco refuse is covered by the regulation schemes for raw tobacco, discussed above in Section 3.2.1.2.118 Hence, in these MS, tobacco refuse is treated as raw tobacco, and its production and trade are subject to the same constrains.”
Skonis ir Kvapas:
Skonis ir kvapas(het arrest uit 2020) het Hof van Justitie aansluiting zoekt bij de definitie van waterpijptabak in Richtlijn 2014/40. Deze richtlijn geeft geen definitie van rooktabak, maar wel van ‘tabaksproducten’, namelijk in art. 2(4):
Eko-Tabak [63] en
Skonis ir kvapasis er dus nog onduidelijkheid over de beoordeling of een product geschikt is om te worden gerookt.