Conclusie
1.[eiseres 1] (hierna: ‘ [eiseres 1] ’)
Cyberluck Curaçao N.V.(hierna: ‘Cyberluck’)
(eiseressen tot cassatie onder 1 en 2 gezamenlijk hierna: ‘Cyberluck c.s.’)
public watchdog’ en dat het hier gaat om een kwestie van groot algemeen belang voor het Land Curaçao. De inhoud en vorm van de uitingen zijn niet disproportioneel en afweging van de in art. 10 EVRM Pro beschermde vrijheid van meningsuiting van de hoofdredactrice en het in art. 8 EVRM Pro beschermde recht op privéleven van de genoemde directeur, van wie bij de artikelen ook een foto was geplaatst, valt in het voordeel van de hoofdredactrice uit.
1.Feiten
Online Curaçaos gokbedrijf weigert boete kansspelautoriteit te betalen” (hierna: ‘artikel 1’). [4] Onder artikel 1 is Pro een foto van [eiseres 1] geplaatst met het volgende onderschrift:
A-G] penningmeester tevens Cyberluck directrice [eiseres 1] ”.
Online Curaçao gambling company refuses to pay fine” (hierna: ‘artikel 2’; artikel 1 en Pro artikel 2 gezamenlijk Pro hierna: ‘de artikelen’). [5] Onder de kop van artikel 2 is Pro een foto van [eiseres 1] geplaatst met het volgende onderschrift:
2.Procesverloop
Eerste aanleg
1xBet.com wordt illegaal gesublicentieerd door Cyberluck (Curacao Egaming), onder 1668/JAZZ”ten onrechte de indruk heeft gewekt dat de bedrijfsactiviteiten van Cyberluck illegaal zijn. Cyberluck beschikt over een vergunning ingevolge de Landsverordening buitengaatse hazardspelen op basis waarvan zij haar vergunning rechtens bevoegd aan derden uitbesteedt. Dat Cyberluck geen illegale sublicenties uitgeeft, is al lang en breed, ook in rechte door het hof, uitgemaakt, aldus Cyberluck c.s. Voorts hebben Cyberluck c.s. betoogd dat [verweerder] ook onrechtmatig jegens [eiseres 1] in persoon heeft gehandeld, door in artikel 2 een Pro foto van haar met onderschrift te plaatsen waarin staat dat “
1x Corp[is]
beboet omdat het 83 goksites met duizenden kansspelen exploiteerde onder een illegale sublicentie van Cyberluck NV directrice en CIGA penningmeester [eiseres 1]”. Hierdoor kan bij de lezer ten onrechte de indruk worden gewekt dat [eiseres 1] persoonlijk verantwoordelijk is voor de door [verweerder] gestelde illegale activiteiten. Ten slotte hebben Cyberluck c.s. aangevoerd dat [verweerder] , door het plaatsen van de foto’s en onderschrift onder de artikelen over de boeteoplegging door de KSA, ten onrechte de suggestie heeft gewekt dat Cyberluck verantwoordelijk is voor het zonder vergunning aanbieden van kansspelen op de Nederlandse markt en dat de KSA daarvoor Cyberluck c.s. persoonlijk een boete heeft opgelegd. Dit is volgens Cyberluck c.s. onjuist en misleidend. Uit het boetebesluit blijkt niet dat Cyberluck voor de handeling van 1X Corp N.V. door de KSA is beboet of dat [eiseres 1] in persoon door de KSA is beboet, aldus nog steeds Cyberluck c.s.
beveelt[verweerder] om uiterlijk vierentwintig (24) uur na betekening van dit vonnis de navolgende rectificatie teksten op de home-pagina van de website www.knipselkrantcuracao.com te plaatsen zodanig dat de teksten volledig na het openen van de website direct zichtbaar zijn en blijven gedurende een periode van één week na plaatsing van de rectificaties, zonder enig commentaar of enige toevoeging in welke vorm dan ook, in dezelfde opmaak en lettergrootte als gehanteerd in de inmiddels verwijderde KKC artikelen, voorzien van een zwart kader, een en ander op straffe van een dwangsom van NAf 5.000 voor iedere dag of gedeelte van de dag dat niet of niet volledig aan dit bevel wordt voldaan, met een maximum van NAf 100.000:
Online Curaçaos gokbedrijf weigert boete kansspelautoriteit te betalen”, dat op 1 februari 2021 op deze website is geplaatst, heb ik, [verweerder] , onderzoeksjournalist, ten onrechte gesteld dat het bedrijf Cyberluck (ook bekend als Curaçao eGaming) onder leiding van haar directeur, [eiseres 1] , illegaal handelt door het uitgeven van zogenoemde sublicenties voor het aanbieden van kansspelen. Die stelling is feitelijk onjuist en daardoor misleidend, nu de praktijk van sublicentiëren thans niet verboden is. Ik beveel aan dat andere media die dit artikel hebben overgenomen, deze rectificatie in hun berichtgeving overnemen.
Online Curaçao gambling company refuses to pay fine”, that was published on the 3rd of February 2021, I, [verweerder] , investigative journalist, wrongly stated that Cyberluck managed by its director, [eiseres 1] , has committed illegal acts by issuing so-called sub licenses for the provision of games of chance in Curacao. This statement is factually incorrect and therefore misleading. The practice of sublicensing is at present not prohibited. I recommend that other media include this rectification in their publications.
pleitaantekeningen #2”) heeft ingediend.
De Knipselkrantvan het ‘sublicentiëren’ als ‘illegaal’ valt onder het bereik van de, in de Staatsregeling en mensenrechtenverdragen beschermde, vrijheid van meningsuiting van een journalist.”
’s Notes, publicist and blogger”. [13] Uit het desbetreffende citaat heeft het in rov. 4.10. afgeleid dat [verweerder] zich opstelt als ‘
public watchdog’, dat zij het algemeen belang poogt te dienen en dat zij gedreven vecht tegen financieel krachtige instituties. Het hof heeft vervolgens in rov. 4.11. enkele stellingen van [verweerder] uit de memorie van grieven weergegeven, onder meer dat zij slachtoffer zou zijn geweest van zogenoemde SLAPPs (dat staat voor
Strategic Lawsuits Against Public Participants). [14] In rov. 4.12. heeft het hof, mede onder verwijzing naar een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, [15] overwogen dat het van algemene bekendheid is dat aan het organiseren van kansspelen uit een oogpunt van algemeen belang risico’s kleven. Het hof heeft in rov. 4.13. overwogen dat voor alle lezers duidelijk zal zijn dat [verweerder] een activistisch standpunt inneemt en dat zij beweerdelijke Curaçaose misstanden aan de kaak wil stellen. In dit kader moet zij naar het oordeel van het hof enige ruimte krijgen om te overdrijven en te provoceren en haar woorden moeten daarom niet op een goudschaaltje worden gewogen. In haar kwalificaties klinkt volgens het hof voldoende duidelijk door dat het deels om een opinie gaat. Het hof heeft verder, onder verwijzing naar eerdergenoemde EHRM-uitspraak, [16] nog erop gewezen dat ook uitingen die beledigend/kwetsend, shockerend of verontrustend zijn, bescherming verdienen.
onmogelijkis dat een vergunninghouder behoorlijk toezicht houdt op de praktijk van de ‘sublicencehouders’ en dat de praktijk van ‘sublicentiëring’ daarom ‘illegaal’ is. Volgens [verweerder] is de term ‘sublicence’ misleidend. Het gaat om gebruik van Cyberlucks vergunning, welk gebruik onderworpen is aan Cyberlucks vergunningsvoorwaarden (MvG p. 12-13 en 16) maar op de naleving waarvan Cyberluck dus geen toezicht houdt. Deze stelling vindt steun in de feiten, zoals ook geconstateerd in het Hofvonnis van 14 april 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:77,
Cyberluck v. Curator, rov. 4.3 e.v.
uitgiftedoor de vergunninghouder van een ‘sublicence’, geabstraheerd van de praktijk zonder voldoende toezicht, heeft het Hof in dat vonnis van 14 april 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:77, rov. 4.15 slechts geoordeeld dat het wettelijk verbod van overdracht niet zonder meer in de weg staat aan ingebruikgeving. De kwestie is in die zaak slechts summierlijk aan de orde gesteld. Aan het Hof is in die zaak niet gevraagd een teleologische uitleg te geven van de
Landsverordening buitengaatse hazardspelen. Deze uitspraak van het Hof staat er dus niet aan in de weg dat [verweerder] mag beweren dat dit alles illegaal is.
praktijkvan ‘sublicientëring’ [lees: 'sublicentiëring',
A-G] illegaal is, is plausibel (zie rov. 4.14). Dat zelfs de
uitgiftevan ‘sublicenses’ illegaal is, moet niet op een goudschaaltje worden gewogen (zie rov. 4.13), is alleszins verdedigbaar (rov. 4.15-4.16) en valt in elk geval onder het bereik van de vrijheid van meningsuiting van een journalist (rov. 4.8).”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Inleiding en plan van behandeling
plausibel” is.
uiterst dubieus” een veel betere uitleg is. [24]
subonderdeel 1.2als essentieel aangemerkte stellingen op grond waarvan hypothetisch feitelijk zou vaststaan dat de uitgifte van sublicenties is toegestaan, zijn de volgende.
nietillegaal door Cyberluck gesublicentieerd noch ook door [eiseres 1] en is dit door de Kansspelautoriteit ook nimmer gesteld. Zoals uit het sanctiebesluit van 4 januari 2019 blijkt, is 1XCorp beboet voor het (vermeend) aanbieden van kansspelen op de Nederlandse markt. Dat aanbieden is op dit moment niet mogelijk omdat Nederland daarvoor nog geen vergunning afgeeft, zoals volgt uit de onderdelen 7 en 8 van dat sanctiebesluit:
A-G]
Kamerstukken II2018-2019, 24557, nr. 151. De relevante passage uit die brief is opgenomen in randnummer 3.36 van mijn conclusie in de zaak die bij Uw Raad aanhangig is onder zaaknummer 22/04566,
A-G]
A-G] van 29 april 2020 wordt nogmaals bevestigd dat het stelstel van sublicentiëren legaal is:
Gebruik rechten online gokken mag”. Naar ik aanneem, [27] gaat dit krantenartikel over het hofvonnis van 14 april 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:77. Zie voor de relevante passage uit dat hofvonnis randnummer 3.34 van mijn conclusie in de zaak die bij Uw Raad aanhangig is onder zaaknummer 22/04566,
A-G]
lijden’, A-G], waaronder reputatieschade, als gevolg van de gewraakte onjuiste aantijgingen. [verweerder] beschuldigt Cyberluck immers ten onrechte van het begaan van illegale activiteiten, waar [eiseres 1] leiding aan zou geven, en, waarbij evenzo middels schrift wordt gesteld dat deze illegale activiteit door [eiseres 1] wordt gedaan: ‘
(…) onder een illegale sublicentie van Cyberluck NV directrice en CIGA penningmeester [eiseres 1] (…)’ [dit citaat betreft het onderschrift in artikel 2, zie randnummer 1.8 hiervoor,
A-G]
De vordering is duidelijk uiteengezet: [verweerder] heeft ten onrechte [als] valse aantijging gesteld dat én Cyberluck én [eiseres 1] illegale sublicenties uitgeven. Daarbij wordt dan ook nog eens ten onrechte door de gevoerde teksten gesuggereerd dat het casino 1xCorp is beboet omdat
(i)het 83 goksites met duizenden kansspelen exploiteerde
(ii)onder een illegale sublicentie van
(iii)[eiseres 1] / Cyberluck.
A-G] – dat niet kan worden gesteld dat Cyberluck illegale sublicenties uitgeeft. R.o. 4.21. van het aldaar geciteerde hofvonnis van 14 april 2020 [zie randnummer 3.34 van mijn conclusie in de zaak die bij Uw Raad aanhangig is onder zaaknummer 22/04566, de desbetreffende rechtsoverweging uit dat vonnis wordt overigens geciteerd in randnummer 12 van het inleidende verzoekschrift in kort geding, vergelijk randnummer 3.11 hiervoor,
A-G] is hierover glashelder. Cyberluck beschikt sedert 1996 over de vergunning ingevolge de Landsverordening buitengaatse hazardspelen tot het exploiteren van hazardspelen op de internationale markt, wat in de wandelgangen is gaan heten “master license holder” en ten welke zij de exploitatie van haar vergunning rechtens bevoegd deels aan anderen uitbesteedt. Dat heet in de wandelgangen sublicentiëren. Niemand is van oordeel dat dat illegaal is, de rechtspraak niet, maar ook de wetgever niet. U zie onderdelen 12 en 13 van het verzoekschrift.
A-G] is gesommeerd te rectificeren, blijft zij dat hardnekkig weigeren. Dat zij goed moet hebben geweten dat zij verkeerd zat en zit, blijkt uit het KSA besluit aangaande 1xCorp en de beschikking op bezwaar als ook uit haar publicatie die verwijst naar de uitspraak van het Hof dat sublicenti[ë]ren
nietillegaal is [naar ik aanneem wordt hiermee weer verwezen naar het hofvonnis van 14 april 2020,
A-G].
A-G] dat het op basis van de wet niet ongeoorloofd is om sublicenties te verstrekken. Feit is en blijft dat [verweerder] heeft erkend dat zij de gewraakte artikelen en foto’s heeft geplaatst waarin zij stelt dat sublicentiëren illegaal is. Ter zitting heeft zij gesteld dat met het gebruik van het woord ‘illegaal’ zij daar een andere betekenis aan heeft willen toekennen dan die in het reguliere spraakgebruik. Terecht heeft de behandelend rechter daaruit opgemaakt, U zie r.o. 4.9. [zie randnummer 3.43 van mijn conclusie in de zaak die bij Uw Raad aanhangig is onder zaaknummer 22/04566,
A-G], dat zij aan het adres van Cyberluck c.s. ernstige beschuldigingen heeft gedaan van illegaal handelen terwijl zij bij nader inzien, erkent dat niet vol te kunnen houden.
e kwestie (…) in die zaak slechts summierlijk aan de orde[is]
gesteld. Aan het Hof is in die zaak niet gevraagd een teleologische uitleg te geven vande Landsverordening buitengaatse hazardspelen
. Deze uitspraak van het Hof staat er dus niet aan in de weg dat [verweerder] mag beweren dat dit alles illegaal is.” Het hof heeft de door het subonderdeel bedoelde stellingen in zoverre dus niet onbesproken gelaten en/of onbegrijpelijk gepasseerd, waardoor in cassatie ook niet hypothetisch feitelijk vaststaat dat de uitgifte van sublicenties is toegestaan. Het subonderdeel dient dan ook te falen. Voor zover het subonderdeel zich tevens beroept op rov. 4.8. van het vonnis in eerste aanleg kom ik daar bij de bespreking van subonderdeel 1.5 in randnummer 3.20 e.v. hierna nog op terug.
A-G):
het illegaal verstrekken van sublicenties) steun kon[den] vinden in het toen beschikbare feitenmateriaal.”
A-G) 2021. Het gaat om de volgende passage, kenbaar uit p. 3 van het (herstel)proces-verbaal:
Mr. Koert[in eerste aanleg de gemachtigde van [verweerder] , zie ook randnummer 2.4 hiervoor,
A-G] voert het woord – zakelijk weergegeven – als volgt: (…) [verweerder] bedoelde niet dat het illegaal was. Misschien is dat niet helemaal accuraat. Uiterst dubieus is een veel betere uitleg. (…)”
A-G], omdat dit apert niet tussen partijen vaststaat, maar juist het kardinale geschilpunt tussen partijen is, t.w. dat de strekking van [verweerder] ’s kritische publicaties is: dat de wet niet toestaat dat er sublicenties door Cyberluck worden verstrekt, maar slechts een gebruiksrecht, omdat Cyberluck per definitie geen vergunningverlenende instantie is, maar slechts een private onderneming die volgens haar statuten kansspelen exploiteert en gebruiksrechten faciliteert voor exploitanten van kansspelen op de wereldmarkt. In de toelichting op Grief IV wordt door [verweerder] alsnog uitvoerig gemotiveerd dat de werkwijze van Cyberluck ingevolge de wet niet toegestaan is, althans dat Cyberluck niet bevoegd is om gebruiksrechten onder de naam van sublicenties te verstrekken. Zoals eerder betoogd kent de manier waarop Cyberluck c.s. thans sublicenties vergund [lees: ‘vergunt’,
A-G] geen wettelijke grondslag en zijn sublicenties niet wettelijk gereguleerd, terwijl zij o.a. wel worden misbruikt als schijnbaar gereguleerde herkomstverklaringen voor het internationaal betalingsverkeer.”
gerechtelijke erkentis, namelijk het van de zijde van [verweerder] uitdrukkelijk erkennen van de waarheid van de stelling van Cyberluck c.s. dat de Landsverordening buitengaatse hazardspelen sublicentiëring niet verbiedt en sublicentiëring dus niet ‘illegaal’ in de betekenis van onwettig is. [28]
het in een aanhangig geding door een partij uitdrukkelijk erkennen van de waarheid van een of meer stellingen van de wederpartij.” De processuele gevolgen van de gerechtelijke erkentenis zijn verstrekkend. Ten aanzien van wat in rechte wordt erkend, wordt de rechtsstrijd beëindigd. Dat heeft tot gevolg dat de rechter hetgeen is erkend als grondslag voor zijn beslissing moet aanvaarden. [30] Asser spreekt in dit verband van de erkenning als “
een vorm van afstand van recht, een dispositieve handeling die gericht is op het teweegbrengen van een processueel rechtsgevolg(…).” [31] De gerechtelijke erkentenis heeft gelding in het aanhangige geding. Een in eerste aanleg gedane gerechtelijke erkentenis blijft dus gelden in hoger beroep en cassatie. [32] De mogelijkheden tot herroeping van een gerechtelijke erkentenis zijn op grond van lid 2 van art. 133 WRvC Pro beperkt: een gerechtelijke erkentenis kan slechts worden herroepen indien aannemelijk is dat zij door een dwaling of niet in vrijheid is afgelegd. Vanwege de verstrekkende gevolgen moet de gerechtelijke erkentenis op grond van art. 133 lid 1 WRvC Pro
uitdrukkelijkworden gedaan. Gelet op het voorgaande mag niet te snel worden aangenomen dat sprake is van een gerechtelijke erkentenis. [33] Dat volgt, in het kader van art. 154 Rv Pro, ook uit een beschikking van Uw Raad van 17 februari 2006:
[verweerder]voert het woord desgevraagd– zakelijk weergegeven – als volgt: de illegaliteit heeft te maken met een gebrek aan toezicht door de master licentiehouders. Daardoor worden valse suggesties gewekt dat het door de overheid wordt gereguleerd. Dat is wat ik daarmee bedoel. Ik verwijs naar het naschrift in mijn eerdere bloggs. Daarin staat waarom de sublicenties dubieus zijn. Mij gaat het niet zozeer om de artikelen. Het gaat erom dat sublicentiehouders nader uitleg moeten geven en verantwoording moeten afleggen aan vergunninghouders.
(…)
Over wat zij [Cyberluck c.s.,
A-G] doen met de sublicenties en overdracht valt nog heel veel te zeggen. Als ze vinden dat de licenties rechtvaardig zijn moeten ze de rechter laten verklaren dat dat zo is. De sublicenties zoals ze gebruikt worden op dit moment kunnen niet als legaal worden bestempeld. Maar goed….daarvoor is in een kort geding geen plaats.” [35]
onmiskenbaar prijsgegeven” standpunt van [verweerder] kon zij in hoger beroep aanvoeren dat sprake is van ‘illegaliteit’ zowel in de betekenis van onwettigheid als in de betekenis van onrechtmatigheid, zoals zij in het kader van grief IV ook heeft gedaan (zie ook het citaat uit haar memorie van grieven weergegeven in randnummer 3.22 hiervoor, waarin zij stelt dat de vraag of de wet sublicentieverlening toelaat “
apert niet tussen partijen vaststaat, maar juist het kardinale geschilpunt tussen partijen is”). Ik citeer voorts enkele passages uit de toelichting op grief IV waarin beide bekentenissen van ‘illegaal’ aan bod komen (p. 12 en p. 16):
A-G] daaraan geeft, als zijnde slechts “strijdig met de wet”. Er is onmiskenbaar eveneens sprake van illegaal handelen wanneer (zoals in casu) een vergunninghouder daadwerkelijk handelt in strijd met de wet en de ondubbelzinnige vergunning[s]voorwaarden die aan hem zijn opgelegd.
(…)
(…) Cyberluck en [ [eiseres 1] ] baseren zich voor wat betreft sublicentie praktijken derhalve zelf ook niet op de wet, maar op een eigen, doch onjuist geïnterpreteerde uitleg die het gerecht op 16 april 2018 heeft gegeven onder punt 4.21 in ECLI:NL:OGEAC:2018:69 [weergegeven in randnummer 3.34 van mijn conclusie in de zaak die bij Uw Raad aanhangig is onder zaaknummer 22/04566,
A-G].”
voorshandsgeoordeeld, kort gezegd, dat sublicentiëring als ‘illegaal’ in de betekenis van ‘onwettig’ “
alleszins verdedigbaar” is en dat de uiting van [verweerder] dat sublicentiëring ‘illegaal’ is in elk geval onder het bereik van de vrijheid van meningsuiting van een journalist valt (rov. 4.17.).
onderdeel 2wordt geklaagd dat er geen ruimte is voor de door het hof gemaakte belangenafweging in rov. 4.19.-4.20. van het bestreden vonnis omdat [verweerder] “
al afstand” zou hebben gedaan van de stelling dat sublicentiëring ‘illegaal’ in de betekenis van ‘onwettig’ is, strandt dat ook op wat ik heb uiteengezet in de randnummers 3.26-3.27 hiervoor.