Uitspraak
1.[GEÏNTIMEERDE 1],
CYBERLUCK CURAÇAO N.V.,
3. [GEÏNTIMEERDE 3],
PEARL TRUST & MANAGEMENT CORPORATION N.V.,
1.Het verloop van de procedure
2.De ontvankelijkheid en bevoegdheid
De Goede Hoop v. Fuhring:
3.De grieven
4.Beoordeling
ren uitdrukkelijk niet verboden is. lk beveel aan dat andere media die dit bericht hebben overgenomen, deze rectificatie in hun berichtgeving (het gerecht leest:) overnemen."
Landsverordening buitengaatse hazardspelentegen vergoeding en onder bepaalde voorwaarden vergunning verleend tot het exploiteren van hazardspelen op de internationale markt door middel van servicelijndiensten. Cyberluck geeft tegen vergoeding zogenaamde ‘sublicenses’ uit. De buitengaatse ‘sublicense-houders’ moeten Curaçaose rechtspersonen zijn. Het bestuur wordt verzorgd door Curaçaose trustkantoren, waaronder Pearl.
De Knipselkrantvan het ‘sublicentiëren’ als ‘illegaal’ valt onder het bereik van de, in de Staatsregeling en mensenrechtenverdragen beschermde, vrijheid van meningsuiting van een journalist.
Auteursverordening 1913) leidt inhoudelijk niet tot een andere afweging.
édat v. Switzerland:
Satakunnan Markkinapörssi Oy and Satamedia Oy v. Finland, met verwerking van eerdere uitspraken:
narcocapitalof Europe, whilst managing the biggest
tax havenon earth, is there a money laundring link?
Schindler(ECLI:EU:C:1994:119), §60:
Satakunnan(§124):
onmogelijkis dat een vergunninghouder behoorlijk toezicht houdt op de praktijk van de ‘sublicencehouders’ en dat de praktijk van ‘sublicentiëring’ daarom ‘illegaal’ is. Volgens [appellante] is de term ‘sublicence’ misleidend. Het gaat om gebruik van Cyberlucks vergunning, welk gebruik onderworpen is aan Cyberlucks vergunningsvoorwaarden (MvG p. 12-13 en 16) maar op de naleving waarvan Cyberluck dus geen toezicht houdt. Deze stelling vindt steun in de feiten, zoals ook geconstateerd in het Hofvonnis van 14 april 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:77,
Cyberluck v. Curator, rov. 4.3 e.v.
uitgiftedoor de vergunninghouder van een ‘sublicence’, geabstraheerd van de praktijk zonder voldoende toezicht, heeft het Hof in dat vonnis van 14 april 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:77, rov. 4.15 slechts geoordeeld dat het wettelijk verbod van overdracht niet zonder meer in de weg staat aan ingebruikgeving. De kwestie is in die zaak slechts summierlijk aan de orde gesteld. Aan het Hof is in die zaak niet gevraagd een teleologische uitleg te geven van de
Landsverordening buitengaatse hazardspelen. Deze uitspraak van het Hof staat er dus niet aan in de weg dat [appellante] mag beweren dat dit alles illegaal is.
praktijkvan ‘sublicientëring’ illegaal is, is plausibel (zie rov. 4.14). Dat zelfs de
uitgiftevan ‘sublicenses’ illegaal is, moet niet op een goudschaaltje worden gewogen (zie rov. 4.13), is alleszins verdedigbaar (rov. 4.15-4.16) en valt in elk geval onder het bereik van de vrijheid van meningsuiting van een journalist (rov. 4.8).
Satakunnan, hierboven geciteerd, §167: