Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
rechtsgevolgenkrijgt, laat zich volgens de Hoge Raad niet in algemene zin beantwoorden. [16] Ten aanzien van de vraag of het kind door de erkenning ingevolge art. 4 RWN Pro van rechtswege het Nederlanderschap verkrijgt, heeft de Hoge Raad overwogen dat de gevolgen van een erkenning voor de verkrijging van het Nederlanderschap moeten worden beoordeeld naar het tijdstip waarop de erkenning van het kind plaatsvindt en met inachtneming van de op dat moment in het Koninkrijk geldende wetgeving. Dit betekent dat de erkenning van een buitenechtelijk kind door een gehuwde man die vóór 1 april 2014 heeft plaatsgevonden, alleen tot de verkrijging door het kind van het Nederlanderschap leidt, indien aannemelijk is dat op dat tijdstip tussen de man en de moeder een band bestond of had bestaan die in voldoende mate met een huwelijk op een lijn viel te stellen of dat tussen de man en het kind een nauwe persoonlijke betrekking bestond (zie art. 1:204 lid Pro 1, aanhef en onder e, (oud) BW) . [17]