Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Samenvatting van de feiten en het procesverloop
Nadere bewijsoverweging over het bewezenverklaarde
enigmisdrijf afkomstig zijn.
Om te kunnen concluderen dat het niet anders kan zijn dan dat voorwerpen uit
enigmisdrijf afkomstig zijn, dient allereerst op grond van (de door het Openbaar Ministerie aangedragen) feiten en omstandigheden een ernstig vermoeden van witwassen worden aangenomen. Indien dit ernstig vermoeden wordt aangenomen, mag van een verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de/het betreffende voorwerp(en). Die verklaring moet vervolgens concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand als volslagen onwaarschijnlijk zijn aan te merken.
Nadat de verbalisanten de verdachte staande hadden gehouden en hem -in verband met antecedenten voor een ernstig misdrijf- hadden gevraagd of hij wapens of verdovende middelen bij zich had, verklaarde de verdachte ongevraagd dat hij in tasje in de buddyseat van de scooter waarop hij reed geld bij zich had. De verdachte heeft dit geld -in de vorm van verpakte rollen muntgeld- vervolgens getoond aan de verbalisanten. De verbalisanten hebben vervolgens geconstateerd dat er rollen muntgeld in het tasje zaten. Desgevraagd naar de herkomst van de rollen muntgeld verklaart de verdachte eerst dat hij het geld die dag had gepind, vervolgens dat hij het geld de dag ervoor had gepind, en vervolgens dat zijn broer het geld had gepind. Gevraagd naar enig door hem of zijn broer te leveren bewijs van die pintransactie en geconfronteerd met het feit dat hij kort daarvoor wisselend heeft verklaard over wanneer en door wie het geld was gepind slaat de verdachte vervolgens op de vlucht.
Op basis van deze feiten en omstandigheden kan een ernstig vermoeden van witwassen worden aangenomen.
Omtrent de herkomst van het geld stelt het hof vast dat de verdachte verschillende verklaringen heeft gegeven. Zo heeft de verdachte bij zijn staandehouding eerst verklaard dat hij het geld die dag had gepind, vervolgens dat hij het de dag ervoor had gepind, en daarna dat zijn broer het geld had gepind. Vervolgens verklaart de verdachte bij zijn verhoor dat hij de buddyseat van zijn scooter opende en daar ineens geld in lag, om vervolgens te verklaren dat het geld, € 800,- aan verpakte rollen muntgeld, aan een persoon genaamd [betrokkene 1] toebehoort. Echter, desgevraagd kan de verdachte van deze persoon, genaamd [betrokkene 1], die volgens eigen zegge van de verdachte tot diens vrienden/kennissenkring behoort, geen verdere persoonsgegevens geven, noch weet de verdachte hoe hij deze [betrokkene 1] kan bereiken. Ter terechtzitting in hoger beroep blijft de verdachte bij zijn verklaring dat het geld aan [betrokkene 1] toebehoorde en hij verklaart ook dat hij nadien nog met [betrokkene 1] heeft gesproken, maar dat hij de kwestie van het geld -dat in beslag is genomen- niet ter sprake heeft gebracht, noch dat [betrokkene 1] naar dat geld heeft gevraagd.
3.Het eerste middel
(i) uit het proces-verbaal van bevindingen naar aanleiding van het aangetroffen geld volgt dat uit onderzoek nietis gebleken dat de rollen geld afkomstig zijn van diefstal. Daaruit volgt dus niet dat het geld gestolen is, althans door (enig) misdrijf aan een rechthebbende is onttrokken;
(ii) uit de bewijsmiddelen en de daarin genoemde verklaringen van de verdachte enkel blijkt dat het geld aanwezig was in de buddyseat en dat het niet van hem was. Dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is kan volgens de steller van het middel niet uit de bewijsmiddelen volgen.
“1 Als schuldig aan schuldwitwassen wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie:
a. hij die van een voorwerp de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verbergt of verhult, dan wel verbergt of verhult wie de rechthebbende op een voorwerp is of het voorhanden heeft, terwijl hij redelijkerwijs moet vermoeden dat het voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf;
b. hij die een voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt of omzet of van een voorwerp gebruik maakt, terwijl hij redelijkerwijs moet vermoeden dat het voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf.”
i) de verdachte is staande gehouden en hem werd in verband met antecedenten van een ernstig misdrijf gevraagd of hij wapens of verdovende middelen bij zich had;
ii) de verdachte verklaarde hierop ongevraagd dat hij in zijn buddyseat van de scooter waarop hij reed een tasje met geld bij zich had;
iii) de inhoud van het tasje bestond uit verpakte rollen muntgeld;
iv) op de vraag naar de herkomst van dit geld geeft de verdachte wisselende verklaringen afgelegd, namelijk dat hij het geld die dag had gepind, vervolgens dat hij het geld de dag ervoor had gepind en tot slot dat zijn broer het geld had gepind;
v) gevraagd naar enig door hem of zijn broer te leveren bewijs van die pintransactie en geconfronteerd met het feit dat hij kort daarvoor wisselend had verklaard over wanneer en door wie het geld was gepind, sloeg de verdachte op de vlucht.
enig eigen of andermansmisdrijf afkomstig is. Daarmee heeft het hof zowel schuldwitwassen als eenvoudig schuldwitwassen bewezenverklaard, terwijl het hof gelet op de ongelijke strafmaxima een keuze hieruit had moeten maken. Door zowel het schuldwitwassen als het eenvoudig schuldwitwassen bewezen te verklaren heeft het hof op een ontoelaatbare wijze de keuzemogelijkheden in de bewezenverklaring opengelaten.
voorhanden hebbenvan het geldbedrag, ook bewezenverklaard dat de verdachte de herkomst van het geldbedrag heeft
verborgen,een handeling die niet voorkomt in de strafbaarstelling van eenvoudig schuldwitwassen.
eigenmisdrijf. Gelet hierop en met het oog op de rest van de bewezenverklaring en de kwalificatie van het bewezenverklaarde, meen ik dat het hof als gevolg van een kennelijke misslag het woord “(eigen)” in de bewezenverklaring heeft laten staan. De Hoge Raad kan de bewezenverklaring in zoverre verbeterd lezen. Hierdoor komt aan de klacht de feitelijke grondslag te ontvallen zodat deze niet tot cassatie kan leiden.