“
Oplegging van straf
Het Hof neemt de volgende overwegingen van het Gerecht ten aanzien van de strafoplegging over en maakt deze tot de zijne:
Bij de bepaling van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, met de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en met de persoon van verdachte. Meer in het bijzonder heeft het Gerecht daarbij het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan de moord op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De slachtoffers zijn op de bewuste avond op gewelddadige en schokkende wijze doodgeschoten door moordenaars met machinegeweren. Daarbij zijn tevens meerdere onschuldige omstanders zwaar gewond geraakt.
Moord behoort tot de ernstigste misdrijven die het wetboek van strafrecht kent. De nog jonge slachtoffers is hun kostbaarste bezit, het leven, ontnomen. Hun nabestaanden moeten hun verlies iedere dag dragen.
Er zijn daarnaast redenen om deze moorden zwaarder te bestraften dan gemiddeld. De gebeurtenis heeft de rechtsorde bijzonder ernstig geschokt. Naast het directe leed voor de slachtoffers en hun nabestaanden heeft de schietpartij grote schade berokkend aan het veiligheidsgevoel van bewoners van Curaçao en aan de internationale reputatie van het land als een veilige vakantie- en zakenbestemming. Curaçao stond internationaal te kijk als het decor voor een uitzonderlijk gewelddadige bendeoorlog, waarvan ook toeristen die bij toeval ‘in de weg’ stonden het slachtoffer zijn geworden. De aan de schutters opgelegde levenslange gevangenisstraffen wekken dan ook geen verbazing.
Het Hof vervangt de overige overwegingen van het Gerecht ten aanzien van de op te leggen straf, en overweegt als volgt:
Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan omkoping van een politieambtenaar, die gelet op zijn taak en functie een bijzondere plaats binnen de samenleving inneemt. Door hem de betaling van een aanzienlijk geldbedrag in het vooruitzicht te stellen, heeft hij deze politieambtenaar zover gekregen dat hij vertrouwelijke reisinformatie van het slachtoffer [slachtoffer 1] bij derden heeft opgevraagd en aan de verdachte heeft verstrekt. De informatie die de verdachte heeft gevraagd en ontvangen, is bovendien van doorslaggevende betekenis geweest voor de liquidatie van de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Het Hof rekent dit de verdachte zwaar aan. Naar het oordeel van het Hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van lange duur meebrengt. Bij de bepaling van een passende strafmaat heeft het Hof gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden.
Voorts heeft het Hof er acht op geslagen dat aan de medeverdachten [medeveroordeelde 4] en [medeveroordeelde 5] gevangenisstraffen van respectievelijk 12 en 14 jaar zijn opgelegd voor het medeplegen van de moorden.
Het Hof onderkent dat de rol van de verdachte, in vergelijking met die van de medeverdachten [medeveroordeelde 4] en [medeveroordeelde 5] , tot medeplichtigheid is beperkt. De rol van de verdachte bij de liquidaties is ondersteunend, maar desalniettemin cruciaal geweest, gelet hierop, alsmede de bijzondere aard en ernst van het bewezenverklaarde en het feit dat verdachte op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen, is het Hof van oordeel dat aan de verdachte een zwaardere gevangenisstraf dan genoemde medeverdachten dient te worden opgelegd.
Alles afwegend acht het Hof de door het Gerecht opgelegde en de in hoger beroep door de procureur-generaal subsidiair gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren passend en geboden.”