Conclusie
1. het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] of van één van hen:
[het hof leest in: de bestuurder van]het voertuig een stopteken en wij zagen dat het voertuig op de Mierlosweg stopte. Ik, verbalisant [verbalisant 1], vroeg de bestuurder om een geldig rijbewijs. Ik hoorde de bestuurder tegen mij zeggen: “Ik heb mijn rijbewijs niet bij, u kunt het wel in de systemen zien dat ik een rijbewijs heb.”
[het hof leest: chassisnummer]bij het operationeel centrum. Wij hoorden de meldkamer zeggen: “Dit chassisnummer hoort thuis bij een zwarte Mazda Premacy.”
Art. 36:
Art. 41:
aanbrengenvan een ander kenteken dan het opgegeven kenteken en in art. 41, eerste lid, onderdeel d, WVW het
gebruikmaken van de wegmet een voertuig waarop een kenteken is aangebracht dat (kort gezegd) niet aan de voorschriften voldoet. [3] Het onderscheid tussen beide artikelonderdelen is dus gelegen in de aard van de gedraging van degene tot wie de verbodsbepaling zich richt. [4] De tekst van art. 41, eerste lid, onderdeel d, WVW is laatstelijk gewijzigd bij Wet van 2 november 2006. [5] Ingevoegd is de zinsnede “door kan gaan voor een zodanig kenteken”. Voorts zijn toen de artikelonderdelen e en f toegevoegd. Deze onderdelen hebben beide betrekking op het ‘aanbrengen’ respectievelijk het ‘gebruik maken’ in de vorenbedoelde zin voor zover het gaat om een onechte buitenlandse kentekenplaat op een buitenlandse auto. De toevoeging van de onderdelen e en f komt voort uit de wens van de wetgever om in te spelen op de ontwikkeling dat in een toenemend aantal gevallen gebruik wordt gemaakt van handelaarskentekens en buitenlandse kentekens. De memorie van toelichting bij die wetswijziging zegt daarover het volgende: [6]
Registratiesysteem van motorrijtuigen en aanhangwagens
Trb. 1951, 81 en het op 8 november 1968 te Wenen tot stand gekomen Verdrag inzake het wegverkeer,
Trb. 1974, 35) in het internationaal verkeer zijn, [7] maar vanwege het feit dat zij zijn voorzien van valse platen, niet voldoen aan de daarvoor gestelde voorwaarden. In feite zouden zij derhalve een Nederlandse kentekenplaat moeten voeren. Het feit dat zij dit niet doen, is echter slechts een overtreding. Ook hier wordt het van belang geacht het feit zwaarder te kwalificeren. Dit kan geschieden door aanvulling van artikel 41, eerste lid. Onderdeel e betreft het aanbrengen van de desbetreffende platen, terwijl onderdeel f het op de weg laten staan en het op de weg rijden met deze platen verbiedt. Een en ander naar analogie met de onderdelen c en d.”
niet in het buitenland geregistreerdeauto reed met daarop een buitenlands kenteken dat niet naar de volgens de hier geldende voorschriften is opgegeven. Kennelijk is de gedachtegang van het hof dat het voeren van een vals buitenlands kenteken op een in het buitenland geregistreerde auto (ook) onder art. 41, eerste lid, onderdeel d, WVW te scharen valt. Dat oordeel is, zo nog altijd de stellers van het middel, onjuist althans ontoereikend gemotiveerd, nu het op een in het buitenland geregistreerde auto voeren van een vals buitenlands kenteken strafbaar is gesteld in art. 41, eerste lid, onderdeel f, WVW. Volgens de stellers van het middel is om die reden in elk geval de bewezenverklaring van bedoeld feit 1 ontoereikend gemotiveerd.
NJ1985/875 geoordeeld dat het feit dat op verduistering in België bij wet straf staat, van algemene bekendheid is. Uit de Belgische wetgeving aangaande kentekenregistratie kan worden afgeleid dat Belgische nummerplaten persoonsgebonden zijn: voor elk ingeschreven voertuig wordt één gewone of bijzondere kentekenplaat uitgereikt aan de aanvrager van de inschrijving of zijn lasthebber. [12] Bij een nieuwe aanvraag kan de aanvrager het eerder op zijn naam geschreven kenteken in beginsel meenemen naar het nieuw in te schrijven voertuig. [13] Een nieuw kenteken kan worden aangevraagd door een tenaamgestelde van het ingeschreven voertuig, maar enkel tegen inlevering van het oude kenteken. [14] Daarin ligt besloten dat een voertuig in België in de regel zonder kenteken wordt verkocht. Daarnaast wijs ik erop dat dit gegeven ook zonder specialistische kennis van de Belgische regelgeving rondom de inschrijving van ‘nummerplaten’, zoals ze in België plegen te worden genoemd, makkelijk uit algemeen toegankelijke bronnen kan worden achterhaald. Een eenvoudige zoektocht op het Internet leert namelijk dat er verscheidene websites zijn die potentiële kopers van Belgische occasions informeren over de omstandigheid dat zo’n voertuig zonder kenteken wordt verkocht. [15]
onderdeel f), WVW had mogen toepassen.
geprivilegieerdespecialis – een bijzonder strafbepaling met een lager strafmaximum – van toepassing is, dient de rechter de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging als het bewezenverklaarde niet als die geprivilegieerde specialis kan worden gekwalificeerd. Teneinde te beoordelen of een dergelijke specialis van toepassing is, zal de rechter doorgaans feitelijke vaststellingen moeten doen die ook buiten de tenlastelegging kunnen omgaan. Gaat het om een
gekwalificeerdespecialis – een bijzondere strafbepaling met juist een hoger strafmaximum –, dan is er geen beletsel voor het openbaar ministerie om op grond van het opportuniteitsbeginsel de generalis ten laste te leggen; de specialis hoeft niet dwingend te worden toegepast indien deze met een zwaardere straf wordt bedreigd dan de generalis. Dwingende toepassing van de specialis is slechts aangewezen als het ten laste gelegde zowel de bestanddelen van de generalis als die van een gekwalificeerde specialis vervult. [20]