Voetnoten
3.Wet van 25 oktober 1933, Stb. 1933, 546.
4.Besluit van de secretaris-generaal van het Departement van Financiën van 17 december 1940, Verordeningenblad 1940/242.
5.Wet van 9 December 1954, houdende nieuwe regeling van de omzetbelasting. (Wet op de Omzetbelasting 1954.) Stb. 1954, 533; Besluit van 16 December 1954, houdende hernieuwde vaststelling van de tekst van de Wet op de Omzetbelasting 1954, Stb.1954, 558.
6.Beschikking van 22 dec. 1954, no. 6, Stcrt. 22 december 1954, no. 248.
7.Resolutie van 22 december 1954, no . 46 (Bw. O.B. 6-001),
8.Resolutie van 29 juli 1964, no. D4/5798 (Bw. O.B. 6-021).
9.Geraadpleegd op de dag van het uitbrengen van de conclusie.
10.Kamerstukken II 1967/68, 9324, nr. 3, p. 34.
11.Kamerstukken II 1967/68, 9324, 9410, nr. 6, p. 66.
12.Kamerstukken II, 1977/78, 14887, nr. 3, p. 9.
13.Ibidem, p. 12.
14.Ibidem, p 12-13.
15.Belanghebbende verwijst in haar verweerschrift ook nog naar een resolutie van 16 april 1969, no. D69/3462, ingetrokken bij besluit van 4 augustus 1999, nr. VB99/1303, waarin volgens haar is vermeld dat ‘conferenties en dergelijke bijeenkomsten die door verenigingen werden georganiseerd voor de opleiding of vorming van de deelnemers (…) op grond van artikel 11, lid 1 onderdeel p Wet OB waren vrijgesteld.” De tekst is echter niet correct geciteerd. Deze luidt: “Conferenties en andere bijeenkomsten, die door verenigingen worden georganiseerd voor de opleiding of vorming van de deelnemers, kunnen gerekend worden onder de vrijstelling van art. 9 (1) c Uitv.besl. ob ’68 te vallen, indien wordt voldaan aan de voorwaarde dat met de conferentie geen winst wordt beoogd of gemaakt.” In de resolutie wordt verwezen naar de onderwijsvrijstelling, niet naar de voordrachtenvrijstelling. In artikel 9, lid 1, onderdeel c, Uitv.besl. OB was destijds bepaald: “Als onderwijs als is bedoeld in artikel 11, letter o, 2°, van de wet, wordt aangewezen: (…) c. onderwijs door ondernemers die met het verstrekken van onderwijs geen winst beogen of maken.” Besluit van 12 augustus 1968 tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968, Stb. 423.
16.Punt 4.8 van de bestreden uitspraak.
17.M.E. van Hilten & H.W.M. van Kesteren,
18.D. Euser in: Cursus Belastingrecht OB.2.3.3.N. (online geraadpleegd; bijgewerkt tot 19 februari 2022).
19.Voorstel voor een Zesde richtlijn van de Raad betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, COM(73) 950 def., p. 61.
20.Voorstel voor een negentiende richtlijn van de Raad betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting houdende wijziging van Richtlijn 77/388/EEG - gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, COM(84) 648 def.
21.HvJ 15 februari 2017, British Film Institute
22.Ibidem, punt 19-21.
23.HvJ 26 oktober 2017, The English Bridge Union, C-90/16, ECLI:EU:C:2017:814 (conclusie A-G Szpunar).
24.Kamerstukken 1977-1978, 14887, nr. 3.
25.Vgl. HvJ 13 oktober 2022, HUMDA, C‑397/21, ECLI:EU:C:2022:790, punt 41-44. Vgl. ook HR 14 oktober 2022, 20/01390, ECLI:NL:HR:2022:1440 (conclusie van mijn hand), punt 3.2.2. 26.Vgl. Conclusie A-G Szpunar van 13 oktober 2018, C‑449/17, ECLI:EU:C:2018:791, punt 20.
27.HvJ 7 september 1999, Gregg, C-216/97, ECLI:EU:C:1999:390 (conclusie A-G Cosmas).
30.En overigens ook de beschrijving die op de website van de belastingdienst is vermeld: lezingen, excursies en rondleidingen. Zie het citaat in 2.8.
31.O.m. Hof van Justitie 4 mei 2017, Brockenhurst, C-699/15, ECLI:EU:C:2017:344 (conclusie A-G Kokott), punt 23.
32.Eventueel met aanvulling van de informatie die op de website is vermeld (2.8), maar nodig is dat zeker niet.
33.HvJ 26 oktober 2017, The English Bridge Union, C-90/16, ECLI:EU:C:2017:814 (conclusie A-G Szpunar).
34.HvJ 10 september 2002, Kügler, C-141/00, ECLI:EU:C:2002:473 (conclusie A-G Tizzano).