Conclusie
1.Overzicht
Inleiding
2.De onderwijsvrijstelling (het incidentele beroep in cassatie)
De onderwijsvrijstelling in de Wet OB
1. Inleiding
Deze vrijstellingen hebben als zodanig geen basis in de richtlijn.Het onderhavige wijzigingsbesluit strekt ertoe de onderwijsvrijstelling te herzien. Met name door het vervallen van de vrijstellingen voor de als zodanig omschreven categorieën schriftelijk onderwijs en niet-winstbeogend onderwijs, en doordat de vrijgestelde categorieën onderwijs thans in meer inhoudelijke zin zijn omschreven, zullen de hiervoor aangegeven problemen worden opgelost c.q. tot een aanvaardbaar minimum worden beperkt.
2. Onderwijsvrijstelling
meer in overeenstemming is met de richtlijn. De vrijstellingen voor de categorieën schriftelijk onderwijs en niet-winstbeogend onderwijs zijn vervallen.
Bovendien is, in overeenstemming met de richtlijn,
een btw-vrijstelling opgenomen voor de volgende categorieën onderwijs:
b. Algemeen vormend onderwijs, ontleend aan het uit de openbare kassen bekostigde onderwijs
louterrecreatief karakter hebben, lees ik daarin niet. [21]
A&G Fahrschul-Akademie GmbHheeft opgemerkt (cursiveringen CE): [22]
Het openbaar belang is evenwel niet beperkt tot de verstrekking van verplicht onderwijs alleen. De moderne samenleving zou niet kunnen functioneren en zou zich niet economisch, cultureel en politiek kunnen ontwikkelen zonder hooggekwalificeerde mensen met veel meer kwalificaties dan in het verplichte onderwijs worden aangeboden.Niet toevallig spreekt men in dit verband van de kennismaatschappij. [23] ”
A&G Fahrschul-Akademie GmbH [24] volgt dat de onderwijsvrijstelling alleen geldt voor algemeen onderwijs dat wordt aangeboden in het kader van het in elke lidstaat bestaande school- en universiteitssysteem en daarvan is volgens het Hof geen sprake bij de HOVO-cursussen.
A&G Fahrschul-Akademie GmbHbetreft een autorijschool die rijlessen geeft. Het Hof van Justitie overweegt onder meer dat de wetgever met het begrip ‘school- of universitair onderwijs’ een bepaald soort onderwijssysteem aanduidt dat alle lidstaten gemeen hebben, ongeacht de eigen kenmerken van elk nationaal stelsel. Dit onderwijssysteem verwijst naar een geïntegreerd stelsel van overdracht van kennis en vaardigheden op het gebied van een brede en diverse reeks van onderwerpen, alsmede naar de verdieping en de ontwikkeling van die kennis en vaardigheden door de leerlingen en studenten naarmate zij vorderen en zich specialiseren binnen de verschillende niveaus van dit stelsel in de EU-lidstaten. Autorijlessen voldoen volgens het Hof van Justitie niet aan de omschrijving van het begrip ‘school- of universitair onderwijs’. [25] In zijn overwegingen verwijst het Hof van Justitie eerst naar zijn vaste rechtspraak, die ik hiervoor heb behandeld, en overweegt vervolgens:
Deze bepaling moet derhalve aldus worden opgevat dat diensten die binnen het stelsel van school- of universitair onderwijs van een lidstaat onder bezwarende titel worden verricht, hetzij door openbare scholen („publiekrechtelijke lichamen” volgens de terminologie van de bepaling) hetzij door privéscholen („andere organisaties die door de betrokken lidstaat als lichamen met soortgelijke doeleinden worden erkend”), van btw worden vrijgesteld.”
Haderer [27] moet worden gegeven. Belanghebbende leidt uit dat arrest af dat elke activiteit die bestaat in de overdracht van kennis en vaardigheden in aanmerking komt voor de vrijstelling, tenzij deze een louter recreatief karakter heeft. Aangezien het HOVO-onderwijs niet een louter recreatief karakter heeft, zou deze vrijstelling ook moeten gelden voor deze cursussen. Een vergelijkbare redenering volgden A&G Fahrschul-Akademie en de Spaanse en Italiaanse regering in de zaak die heeft geleid tot het arrest
A&G Fahrschul-Akademie GmbH.De A-G wijst die redenering af en het Hof van Justitie sluit zich bij de mening van zijn A-G aan. [28] Ik citeer voor de volledigheid niet alleen het door het Hof van Justitie genoemde punt 35 maar tevens de voorafgaande en volgende overwegingen ten einde de verwijzing naar punt 35 in de context te plaatsen en daarmee tevens duidelijk te maken dat belanghebbendes betoog geen hout snijdt (cursiveringen van mijn hand):
moet dit begrip worden uitgelegd als een verwijzing naar het onderwijsstelsel met zijn primaire, secundaire en hogere onderwijsniveau. Derhalve kan uit de hierboven aangehaalde passage van het arrest van het Hof niet worden afgeleid dat een activiteit die niet in het kader van dit stelsel wordt verricht, alsnog kan worden vrijgesteld, op voorwaarde dat deze activiteit niet een louter recreatief karakter heeft.
3.De voordrachtenvrijstelling (het principale beroep)
De voordrachtenvrijstelling in de Wet OB
2. In andere dan de in het vorige lid bedoelde gevallen kan de inspecteur de vrijstelling verlenen na daartoe door de Minister van Financiën te zijn gemachtigd.”
Vrijstelling van btw voor lezingen, excursies en rondleidingen
Overeenkomstig dit uitgangspunt zijn met name de volgende vrijstellingen voorlopig gehandhaafd: de vrijstelling voor telecommunicatiediensten (telefoon, telegraaf, telex), de vrijstellingen voor de diensten van begrafenisondernemers, crematoria, dierenartsen, componisten, schrijvers, journalisten, persfotografen en zelfstandige schade-experts, alsmede de vrijstellingen (het nultarief) voor internationaal personenvervoer door middel van zeeschepen en luchtvaartuigen en voor de levering enz. van oorlogsschepen.
alsmede de handelingen verricht in het kader van activiteiten, die een collectief belang dienen van sociale, culturele of opvoedkundige aard, die worden die worden beheerd door:
British Film Institute [49] :
The English Bridge Union [51] . In de zaak die tot dat arrest heeft geleid was de vraag aan de orde of wedstrijdbridge kan worden vrijgesteld als nauw samenhangend met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding als bedoeld in artikel 132, lid 1, onder m) Btw-richtlijn. Het Hof beantwoordt die vraag ontkennend, maar oppert dat de culturele vrijstelling mogelijk wel soelaas kan bieden:
tijdens mijn voordracht
The English Bridge Union. [60] Een ander voorbeeld betreft het arrest
Kügler. [61]