Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Volgorde van bespreking van de middelen
3.Het tweede middel
Art 96 Sv Pro staat dan enkel beslag toe bij heterdaad-situaties.
Evident dat er op 27 maart 2021 te 21:45 uur geen heterdaad situatie (meer) bestond. Het eerste politiecontact was immers om 16:40 uur, 5 uur eerder! Er was geen sprake van dat de verblijfplaats van de hond uitgezocht moest worden oid. Integendeel: die was bekend. Om 18 uur besliste de hondengeleider nog dat er binnenkort iemand zou langskomen voor een onderzoek naar de hond. Ergo: geen beslag. Dit standpunt is kort na 18 uur nogmaals herhaald naar klagers toe.
Beslag onrechtmatig: opheffen.”
De rechtbank overweegt het volgende. Uit de Kennisgeving van inbeslagneming blijkt dat verbalisanten rond 16:30 uur een melding kregen van een bijtincident. Daarop heeft de politie telefonisch contact opgenomen met de houder van [hond] en met de vader van het slachtoffer. [hond] is direct na het incident naar huis gebracht door de dochters van klaagster. De vader van het slachtoffer heeft verklaard dat hij in het ziekenhuis was en dat het letsel ernstig is. Om 18:26 uur ontving de verbalisant van de vader van het slachtoffer foto’s van het letsel. Vervolgens heeft de verbalisant overleg gevoerd met de hondenbrigade en met het Openbaar Ministerie. Daarop is een machtiging gegeven tot binnentreden van de woning van de eigenaars. [hond] is om 21:45 uur in het bijzijn van de hondenbrigade in beslag genomen en overgedragen aan de dierenambulance.
Uit de genoemde feiten en omstandigheden blijkt dat tussen het bijtincident en het moment van inbeslagneming slechts enkele uren zijn verstreken. Gedurende deze periode werd onderzoek verricht en vond overleg en afstemming plaats tussen de politie, de hondenbrigade, het Openbaar Ministerie en de dierenambulance. Gelet op het feit dat onafgebroken onderzoekshandelingen zijn verricht door de politie, was op het moment van inbeslagneming nog sprake was van een heterdaadsituatie (vgl. HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:100). De inbeslagneming is dan ook rechtmatig verricht.”
4.Beoordeling van het middel
De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat het beklag gegrond kan worden verklaard en [hond] kan worden teruggegeven aan klager, onder de strenge en cumulatieve voorwaarden die zijn vermeld in de gedragsrapportage die door de Universiteit Utrecht is opgesteld. (…)
De rechtbank stelt voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt en dat van de rechter niet gevergd kan worden ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. Voorkomen moet worden dat de beklagrechter vooruitloopt op het in de hoofd- of de ontnemingszaak te geven oordeel (Hoge Raad 18 mei2021, ECLI:NL:HR:2021:736).
“ [hond] toont veel spanningssignalen en een onzekere houding in verschillende contexten en bij verschillende prikkels, zoals bij het aangeraakt worden door een onbekende en bij de poppentesten. Wanneer er beweging bij de prikkel komt, komen daarbij elementen van opwinding en van najagen. Zo hapt en bijt [hond] meermaals kort achter elkaar wanneer de pop haar tijdens de poppentesten nadert en hapt ze bij versneld naderen met een verlaagd lichaam, wanneer de pop langs haar hopt. Ook bij het bijtincident was er sprake van een weg bewegend kind en de resultaten van de gedragstest lijken een identiek beeld te geven. [...] [hond] toont dus in een veelheid van situaties dreiggedrag en bijtgedrag en in andere situaties najaaggedrag met soms happen/bijten. Hoewel zij door een capabele geleider direct, geheel en langdurig af te leiden lijkt, wordt het risico naar mensen, inclusief kinderen daarom ingeschat als zeer hoog, zeker als deze bewegen.”
De vraag is of er nog een grond is voor het voortduren van het beslag. De hond hoeft niet ten behoeve van de waarheidsvinding in beslag te blijven. De vervolgingsbeslissing is nog niet genomen. Ik maak uit het dossier op dat het een eenmalig incident is, maar tussen de regels door lees ik wel dat de hond wel eens los is geschoten en niet altijd onder controle is. Ik schrik van de gedragsrapportage waaruit blijkt wat de hond doet in reactie op bepaalde acties. Ik schrik van het hoge risico dat genoemd wordt. Tegelijk staat er dat er onder bepaalde omstandigheden de mogelijkheid is er aan te werken. Het is een jonge hond met de mogelijkheid tot ontwikkeling. Het belangrijkste is of aan alle voorwaarden voldaan kan worden en ik denk dat klager bereid en in staat is om aan alle voorwaarden te voldoen. Ik concludeer dat het klaagschrift gegrond moet worden verklaard en dat daarbij streng toezicht moet worden gehouden op de naleving van alle voorwaarden die in de gedragsrapportage geschetst zijn.”