Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
- art. 36e Sv:
- art. 36g Sv:
- art. 36n Sv:
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak werd verdachte veroordeeld wegens overtreding van artikel 107 lid 1 Wegenverkeerswet Pro 1994 door de kantonrechter. Verdachte stelde hoger beroep in, waarbij een adres werd opgegeven voor betekening van de appeldagvaarding. Na adreswijziging in de Basisregistratie Personen (BRP) werd de dagvaarding niet meer naar het eerder opgegeven adres verzonden. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat verdachte niet was verschenen en geen grieven had ingediend.
De advocaat-generaal stelde in zijn conclusie dat de wijziging van het BRP-adres ertoe leidt dat eerder opgegeven adressen voor betekening komen te vervallen, conform art. 36g, derde lid, onder c, Sv. Niet-verzending van de dagvaarding naar het oude adres leidt niet automatisch tot nietigheid, maar tot schorsing tenzij de verdachte tevoren bekend was met de zittingsdatum of kennelijk afstand deed van zijn aanwezigheidsrecht.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de dagvaarding geldig is betekend en dat het niet verzenden naar het oude adres geen aanleiding gaf tot schorsing. Verdachte heeft vrijwillig afstand gedaan van zijn aanwezigheidsrecht door niet te verschijnen en geen grieven in te dienen. Het hoger beroep is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens geldige betekening en afstand van aanwezigheidsrecht.