Conclusie
verzoekster tot cassatie,
advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg,
verweerder in cassatie,
niet verschenen.
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
3.Bespreking van het cassatiemiddel
a. ernstig nadeel,
b. de veiligheid binnen de accommodatie of andere locatie waar de zorg of verplichte zorg wordt verleend,
c. de bescherming van rechten en vrijheden van anderen, of
d. de voorkoming van strafbare feiten.”
c. de rechter uitspraak heeft gedaan over het verzoekschrift voor een wijziging van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, of door het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 7:8, derde lid.”
aanvullingvan de bestaande stukken die ten grondslag lagen aan het oorspronkelijke verzoek van de reeds verleende zorgmachtiging. Het onderdeel klaagt dat de rechtbank dit heeft miskend, nu een aanvulling op die stukken ontbreekt en ook de oorspronkelijke stukken niet in het geding zijn gebracht. Daarnaast betoogt het onderdeel dat de rechtbank heeft nagelaten om te toetsen of de bestaande zorgmachtiging plus de aanvulling daarvan aan de wettelijke vereisten voldoet, althans dat zonder nadere motivering onbegrijpelijk is waarom is aangenomen dat aan de criteria voor verplichte zorg is voldaan. Ook voert het onderdeel aan dat de rechtbank in strijd met art. 5 EVRM Pro heeft gehandeld door te machtigen tot vrijheidsbeneming van betrokkene zonder dat door middel van een
objective medical expertiseis vastgesteld dat de aanwezigheid van een
true mental disorder conclusivelydaartoe noopte, aangezien de oorspronkelijke zorgmachtiging niet in vrijheidsbeneming voorzag.