Conclusie
eiser tot cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge
verweerder in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
Non-Complianceof the instructions in this Legal Notice shall be considered as an illegal, unwarranted and a criminal act on your part and shall attract
legal action by our client in the Court of Law.
explicitly instructedto remit the entire amount running to the tune of Rs 1,08,04,000 - (...) which was paid by our client under the inducement, cheating and criminal collusion on your part.
- het document zou door [eiser] in mei 2007 zijn ondertekend en vervolgens afgegeven aan een (niet met name genoemde) bediende in [verweerder] appartementen in [plaats] , waar [eiser] het ter tekening door [verweerder] zou hebben achtergelaten, zonder zeker te stellen dat het ondertekende stuk hem zou bereiken. Het hof acht dit een bijzondere merkwaardige gang van zaken. Waarom zou [eiser] het document buiten aanwezigheid van [verweerder] ondertekenen in India, nota bene in de woning van [verweerder] , terwijl beide partijen en ook [betrokkene 6] , de vermeende opsteller van het document, in Nederland woonachtig zijn (en althans destijds slechts een beperkt deel van hun tijd in India verbleven)? Waarom heeft [eiser] dit voor hem zo belangrijk document dat immers bedoeld is als om bewijs te dienen, niet zelf- nadat het was getekend door [verweerder] - opgehaald en mee naar Nederland genomen?
- [eiser] heeft geen overtuigende uitleg gegeven voor het feit dat niet naar dit in deze procedure essentiële document is verwezen in zijn sommatiebrieven van 2012 en 2014, niet in de Legal Notice en ook niet in de concept-dagvaarding die namens [eiser] bij de laatste sommatie aan [verweerder] was gevoegd. De door [eiser] ter comparitie in eerste aanleg gegeven verklaring overtuigt ook naar het oordeel van het hof onvoldoende. Dat de aanmaning van 2012 met de woorden "zoals afgesproken" verwijst naar de Overeenkomst acht het hof weinig overtuigend in een zaak waarin partijen juist strijden over wat is afgesproken. Voor het ontbreken van een verwijzing naar de Overeenkomst in de aanmaning van 2014 heeft [eiser] zelfs helemaal geen verklaring gegeven. Ook de ter gegeven verklaring voor het ontbreken van een verwijzing naar de Overeenkomst in de Legal Notice overtuigt niet, omdat de Legal Notice niet alleen aan [betrokkene 1] is gericht, maar ook aan [verweerder] . Dat [betrokkene 1] en [verweerder] volgens [eiser] in deze Legal Notice tot terugbetaling van gelden uit een eerdere transactie werden aangesproken, verklaart nog niet waarom [verweerder] dan niet tevens werd aangesproken uit de thans gestelde aanspraken van [eiser] uit de Overeenkomst. Tot slot sluit het hof weliswaar niet uit [eiser] bij zijn eerste contact met zijn advocaat niet alle documenten heeft aangeleverd, maar dat een advocaat een concept-dagvaarding opstelt zonder te beschikken over de Overeenkomst waar volgens zijn cliënt de vorderingen op zijn gebaseerd en dat hij deze in zijn concept dagvaarding daarom niet noemt, acht het hof wel opmerkelijk. Het ligt niet in de rede.
- Dit alles maakt niet erg waarschijnlijk dat de door [eiser] getoonde Overeenkomst echt is.