Kortom, het lijkt erop dat [getuige 1] in de periode waarin de kwekerij werd ontdekt niet zelf woonachtig was in de flat. Dat zij desalniettemin regelmatig aanwezig was kan natuurlijk, maar het is ook niet zo dat deze getuige als een soort 'flat-politie' kan worden aangemerkt.
Ook overigens is de verklaring van [getuige 1] bij de politie niet bepaald eenduidig. Er worden de getuige allerlei eerdere uitspraken voorgehouden die zij bevestigt en waarin bezoekjes van cliënt aan de flat aan de orde komen. Verder verklaart de getuige in algemene zin over wat ze van andere, niet nader benoemde, bewoners zou hebben gehoord. Getuigenissen van andere bewoners ontbreken echter. Ook omdat [getuige 1] bij de politie geen namen wilde noemen.
RHC
[getuige 1] is ook als getuige gehoord bij de RHC. Daar verklaarde [getuige 1] dat cliënt regelmatig langs kwam in, de flat. Zij verklaart echter ook;"Ik heb niet geteld hoe vaak ik [verdachte] op die manier in het gebouw heb gezien. Ik heb niet gezien waar hij naartoe ging. Dat had overal naartoe kunnen zijn in het gebouw". Op de vraag (p. 3) of ze de keren dat ze [verdachte] zag hem ook weer zag vertrekken antwoordt ze dat ze daar niet bewust op heeft gelet.
Dat laatste is opvallend. In de bewijsconstructie van de rechtbank staat een passage van de getuige waarin zij stelt dat de eigenaar van nr 168 om de dag kwam en dan steeds kort binnen was. Bij de RCH verklaart ze voor de goede orde dus dat ze daar niet bewust op heeft gelet.
Maar nog belangrijker is het antwoord van de getuige bij de RHC op de vraag van de A-G of zij [verdachte] het appartement heeft zien binnengaan; dat antwoord luidde als gezegd (ik begon er mijn pleidooi mee):'Nee'.
Het is al met al bepaald niet overtuigend. Zeker niet wanneer de verklaringen van Boulouban in ogenschouw worden genomen. Dat cliënt bij de flat kan zijn gezien kan overigens kloppen. Immers, Boulouban legde de huur in de brievenbus. Die werd daar dan door cliënt opgehaald. Tevens woonde er op dat moment een broer van cliënt op nummer 64.
Dat door [getuige 1] is verklaard dat ze cliënt met één of meerdere tassen bij de flat zag (dus niet bij de woning) zegt al evenmin iets. Bovendien, wat zou er in die tas moeten hebben gezeten. Dit vooral ook omdat bij de inval oogstrijpe planten worden aangetroffen. Er is derhalve waarschijnlijk een week of 10 voor 20 januari 2015 niet geknipt (want kweekcyclus van 10 weken). Dus ook al zou worden aangenomen dat cliënt in januari 2015 4, 5 of 6 keer met tassen bij de flat is gezien, niet valt in te zien wat daar dan voor hennep gerelateerde zaken in moeten hebben gezeten.
Verder heeft te gelden dat er geen sporen (dacty, dna) van cliënt zijn aangetroffen in de kwekerij (daar is misschien ook geen onderzoek naar gedaan; men gaat tegenwoordig nogal eens voor de 'korte klap'). Ook overigens zijn er geen sporen of bevindingen die duiden op betrokkenheid van cliënt. Evenmin zijn er andere getuigen die hebben verklaard dat ze cliënt in de tll periode in de woning hebben gezien. 'Murray' doet wat mij betreft dan ook bepaald geen opgeld.
Als het gaat om de zogeheten 'korte klap' valt op dat [getuige 1] bij de RHC nog verklaarde dat er camera's in centrale toegangshal hangen. Mij is niet gebleken dat de politie beelden heeft gevorderd/bekeken. Verder is het natuurlijk ook verwonderlijk dat [getuige 1] eerst op 20 december 2016 door de politie als getuige werd gehoord (n.a.v. het gesprekje dat men met haar had op straat op 20 januari 2015); dat is bijna 2 (!) jaar na het aantreffen van de kwekerij.
Over [getuige 1] tenslotte nog het volgende; deze getuige verklaart niet alleen over cliënt maar ook over zijn broer van nr. 64. Ook dat had betrekking op hennep. Uit de stukken (en ook de gang van zaken rond het verhoor van [getuige 1] als getuige bij de RHC) blijkt wel dat deze getuige niet bepaald positief is over de [familie van verdachte] . Of dit terecht is of niet wil ik in het midden laten. Feit is wel dat deze getuige daardoor niet per se als de meest onafhankelijke getuige kan worden gezien. M.i. kunnen de verklaringen van [getuige 1] dan ook slechts met uiterste behoedzaamheid worden gebezigd. Hierbij moet ook worden gezegd dat het onderliggende strafdossier meerdere zaken behelst; [getuige 1] is bv op 20 december 2016 ook over meerdere zaken bevraagt, hetgeen de duidelijkheid van eea niet ten goede komt.
Conclusie
Al deze omstandigheden in ogenschouw genomen moet worden geconcludeerd dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat cliënt wetenschap heeft gehad van de kwekerij in zijn woning, laat staan dat hij daarbij betrokkenheid heeft gehad. Dit geldt mutatis mutandis voor de diefstal van elektriciteit. Ik verzoek uw hof dan ook cliënt alsnog integraal vrij te spreken.”