ECLI:NL:PHR:2021:573
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken schriftelijke bijzondere volmacht vertegenwoordiger
De rechtbank Overijssel wees op 8 januari 2020 het klaagschrift van klager af, strekkende tot opheffing van beslag op een inbeslaggenomen personenauto. Klager stelde vervolgens cassatieberoep in, vertegenwoordigd door een advocaat en een vertegenwoordiger die een brief aan de Hoge Raad stuurde namens klager.
De kernvraag betrof de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, waarbij werd onderzocht of de brief van de vertegenwoordiger kon worden opgevat als een schriftelijke bijzondere volmacht conform art. 450 lid 1 sub b Sv Pro. De Hoge Raad oordeelde dat een vertegenwoordiger volgens vaste jurisprudentie niet op basis van een schriftelijke volmacht een rechtsmiddel kan instellen zonder persoonlijk ter griffie te verschijnen en de volmacht te overleggen.
De brief van de vertegenwoordiger werd derhalve niet als rechtsgeldige volmacht beschouwd. Ook het feit dat een advocaat namens klager het cassatieberoep instelde, kon dit niet herstellen. Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad liet de vraag of het cassatieberoep tijdig was ingesteld buiten beschouwing, omdat niet kon worden vastgesteld dat de beschikking aan klager was betekend.
Deze uitspraak bevestigt de strikte eisen voor het instellen van rechtsmiddelen door vertegenwoordigers en benadrukt het belang van persoonlijke verschijning en formele volmacht bij het instellen van cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige schriftelijke bijzondere volmacht en persoonlijke verschijning van de vertegenwoordiger.