3.3.De bewezenverklaring is door het hof met gebruik van de Promis-werkwijze gemotiveerd (p. 3-8 van het bestreden arrest). Daarnaast heeft het hof, mede naar aanleiding van het gevoerde verweer in hoger beroep, nadere bewijsoverwegingen opgenomen in het arrest. Deze bewijsoverwegingen houden het (met weglating van voetnoten) volgende in:
“Algemene overweging
Het hof stelt voorop dat selectie en waardering van het bewijs aan de feitenrechter is voorbehouden. Dit betekent dat ingeval het tenlastegelegde bewezen wordt geacht, het aan het hof is voorbehouden om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot bewijs te bezigen wat deze uit het oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven weergegeven bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Verweer van de verdediging strekkende tot vrijspraak van het subsidiair ten laste gelegde
De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen subsidiair aan de verdachte ten laste is gelegd. Daartoe is - zakelijk weergegeven en op gronden zoals verwoord in de overgelegde pleitnota - het navolgende aangevoerd. Er zijn geen sporen(drager) aangetroffen op grond waarvan de verdachte in verband kan worden gebracht met het amfetaminelaboratorium. De ruimtes waarin dit laboratorium was aangetroffen, waren afgesloten. Dat er op voorwerpen (niet direct het laboratorium) DNA-sporen van de verdachte zijn aangetroffen, wekt geen bevreemding omdat de verdachte - zoals hij zelf heeft verklaard - bij tijd en wijle in de woning verbleef. De verklaring van de verdachte over zijn verblijf omstreeks 23 maart 2015 - inhoudende dat hij in Veldhoven is geweest om betalingsverplichtingen betreffende de aankoop van de woning na te komen en dat hij naar de familie [...] is gegaan, die op geringe afstand van het pand in Well wonen - is weliswaar niet controleerbaar, maar op basis daarvan kan niet worden vastgesteld dat hij als medeplichtige betrokken is geweest bij de productie van amfetamine. Aan de verdachte kan wellicht een bepaalde mate van naïviteit worden verweten, maar er is geen sprake van opzet. Bovendien is de verdachte niet samen met de andere verdachten aangehouden, rook de verdachte niet naar amfetamine, kunnen geen van de aangetroffen voertuigen aan de verdachte worden gelinkt, bevindt zich in het dossier geen belastende verklaring en vindt de lezing van de verdachte voor wat betreft het opknappen van de woning steun in de verklaring van [betrokkene 5] .
Oordeel van het hof
Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte als medeplichtige betrokken is geweest bij de productie van amfetamine in de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well.
Het hof stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op de behulpzaamheid als zodanig - in het onderhavige geval het beschikbaar stellen van de woning - maar ook dat het opzet van de verdachte - al dan niet in de vorm van voorwaardelijk opzet - was gericht op het door de dader(s) gepleegde misdrijf(het gronddelict), in deze zaak de productie van amfetamine. Daarbij geldt dat het opzet van de medeplichtige niet gericht behoeft te zijn op de precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan. Onder die precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan, is ook begrepen of het gronddelict al dan niet in deelneming wordt begaan.
Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte met de eigenaar van de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well een voorlopig koopcontract is overeengekomen. Voorts blijkt daaruit dat de verdachte vanaf september 2014 de beschikking had over deze woning.
Het standpunt van de verdediging is, dat de verdachte géén weet had van wat zich in de woning bevond, omdat iemand anders, buiten zijn medeweten, het aangetroffen drugslaboratorium had opgebouwd. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij - teneinde de taxatiewaarde van de woning te verhogen - de muren in de woning wilde laten stukadoren.
De verdachte was destijds eigenaar van een kartbaan en de verdachte raakte aldaar met ene [betrokkene 4] in gesprek over het opknappen van de woning te Well. [betrokkene 4] is vervolgens een aantal keer in Well geweest om de woning te bekijken. [betrokkene 4] zou op 23 maart 2015 beginnen en had drie weken de tijd om de woning op te knappen. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij zelf op 17 maart 2015 voor de laatste keer bij de woning aan de [a-straat 1] te Well is geweest. De verdachte weet niet wat de achternaam van [betrokkene 4] is. Het telefoonnummer van [betrokkene 4] stond, aldus verdachte, in de telefoon van de verdachte onder de naam ‘ [betrokkene 4] ’.
De verdachte heeft later bij de politie verklaard dat hij nog geen geld aan [betrokkene 4] had betaald voor het opknappen van de woning. De verdachte zou achteraf – contant – betalen. Voorts heeft de verdachte – in tegenstelling tot zijn eerdere verklaring – verklaard dat [betrokkene 4] niet alleen de muren zou stukadoren, maar ook dat hij de kozijnen van de buitendeur zou vervangen, de keuken opgehangen moest worden en een poort rechtgezet diende te worden.
De telefoon van de verdachte is in beslag genomen. Naar aanleiding van de door de verdachte gegeven verklaring betreffende het contact ‘ [betrokkene 4] ’ heeft de politie in de telefoon van de verdachte naar deze naam gezocht, waarbij rekening is gehouden met verschillende schrijfwijze van deze naam. Er is evenwel geen contact met de naam ‘ [betrokkene 4] ’ aangetroffen. Evenmin werd een contact aangetroffen dat was opgeslagen onder de naam ‘ [betrokkene 4] ’. De verdachte heeft later bij de rechter-commissaris hieromtrent verklaard dat hij via de telefoon contact had met [betrokkene 4] en dat hij het nummer van [betrokkene 4] niet meer heeft. De verdachte heeft het nummer van [betrokkene 4] gewist, omdat hij - op het moment dat hij hoorde van het aangetroffen amfetaminelaboratorium - alles uit paniek heeft gewist. De verdachte wil geen antwoord geven op de vraag over welke naam hij het telefoonnummer van [betrokkene 4] in zijn mobiele telefoon had opgeslagen.
Het hof acht de door de verdachte afgelegde verklaring niet aannemelijk geworden en schuift die terzijde. Aan dit oordeel ligt in het bijzonder ten grondslag dat de verdachte geen nadere gegevens van [betrokkene 4] bekend zijn, dit terwijl de verdachte - volgens zijn eigen verklaring - [betrokkene 4] al langer kent. De verdachte heeft bovendien - naar hij zegt - het telefoonnummer dat van [betrokkene 4] zou zijn uit zijn telefoon verwijderd. De door de verdachte afgelegde verklaring kan dus op geen enkele wijze worden geverifieerd. Bovendien heeft de verdachte wisselende verklaringen afgelegd betreffende de werkzaamheden die [betrokkene 4] aan de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well zou gaan verrichten. Zo heeft de verdachte eerst verklaard dat (alleen) stucwerkzaamheden zouden plaatsvinden. Later heeft de verdachte verklaard dat - naast het laten uitvoeren van stucwerkzaamheden - ook werkzaamheden aan kozijnen, de keuken en een poort moesten worden verricht.
Het hof is van oordeel dat in het algemeen degene die beschikt over een woning en de toegang tot die woning, weet heeft van wat er zich in die woning bevindt. De verdachte had een (voorlopig) koopcontract gesloten betreffende de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well. De verdachte kwam ook in de woning. Hij had beschikkingsmacht over die woning. Daarnaast had de verdachte - als toekomstig eigenaar van de betreffende woning - zeggenschap over hetgeen in en rondom woning zou plaatsvinden.
In de woning van de verdachte is op 26 maart 2015 een drugslaboratorium aangetroffen, ter zake waarvan is gerelateerd dat het zeer aannemelijk is dat de betreffende productieplaats meerdere dagen in de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well aanwezig is geweest.
Gelet op het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte op de hoogte is geweest, althans een zekere mate van wetenschap had, van hetgeen in de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Well heeft plaatsgehad en dat hij opzettelijk behulpzaam is geweest door de woning aan [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] ter beschikking te stellen voor de productie van synthetische drugs. Hetgeen subsidiair ten laste is gelegd, is in zoverre wettig en overtuigend bewezen.
Het hof verwerpt mitsdien het verweer van de verdediging.”