ECLI:NL:PHR:2021:405
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beschikking tot tenuitvoerlegging lijfsdwang
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij beschikking van 17 februari 2020 verlof verleend tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor een periode van 540 dagen wegens het uitblijven van betaling van een ontnemingsmaatregel van € 62.637,00, waarvan nog € 59.287,00 openstond.
De veroordeelde stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking en voerde twee middelen aan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde echter tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat tegen beschikkingen op grond van art. 577c (oud) Sv, zoals het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang, geen cassatieberoep openstaat.
Met de gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet USB per 1 januari 2020 is art. 577c (oud) Sv vervallen en vervangen door art. 6:6:25 Sv Pro, waarbij gijzeling het dwangmiddel is geworden. Deze wetswijziging heeft echter geen verandering gebracht in het stelsel van rechtsmiddelen tegen dergelijke beschikkingen.
Daarom is het cassatieberoep van de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard en kan de beschikking tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang niet in cassatie worden aangevochten.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de beschikking tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang is niet-ontvankelijk verklaard.