Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
De rechtbank Gelderland heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag tegen het beslag op goederen die zich bevonden in een Mercedes A180, omdat de auto met de goederen inmiddels was teruggegeven aan de rechthebbende, een in Bulgarije gevestigd autobedrijf. Klager was passagier in de auto en stelde eigenaar te zijn van de goederen, maar de rechtbank oordeelde dat het beslag onder een ander was gelegd en dat het klaagschrift daarom niet ontvankelijk was.
Klager voerde aan dat het klaagschrift mede moest worden opgevat als een beklag ex art. 116 lid 3 Sv Pro, dat ziet op een beklag van degene bij wie het voorwerp in beslag is genomen, maar deze stelling werd door de Hoge Raad verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat het klaagschrift terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het beslag door teruggave aan de rechthebbende is beëindigd en klager niet de beslagene was.
De Hoge Raad volgt hiermee de conclusie van de procureur-generaal en verwijst naar eerdere jurisprudentie die bevestigt dat art. 116 lid 3 Sv Pro alleen ziet op de beslagene. Hierdoor kan klager niet ontvankelijk worden verklaard in het cassatieberoep. De zaak toont de strikte toepassing van ontvankelijkheidsregels bij beklag tegen beslag na teruggave.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep omdat het beslag is beëindigd door teruggave aan de rechthebbende.