Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
29 september 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een beklag van een passagier van een auto die werd verdacht van heling. De auto en de zich daarin bevindende spullen waren in beslag genomen, maar vervolgens teruggegeven aan een Bulgaars autobedrijf. De rechtbank Gelderland verklaarde het klaagschrift van de klager niet-ontvankelijk.
De klager stelde dat de rechtbank artikel 116, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering had moeten toepassen en het klaagschrift ontvankelijk had moeten verklaren, omdat het klaagschrift ook als beklag ex artikel 116.3 Sv moest worden opgevat. De Hoge Raad oordeelde dat deze opvatting onjuist is, omdat die bepaling ziet op beklag van degene bij wie het voorwerp in beslag is genomen.
De rechtbank had terecht vastgesteld dat de auto en de spullen onder een ander dan de klager in beslag waren genomen en dat de teruggave het beslag had beëindigd. Hierdoor kon de klager niet worden ontvangen in beroep. De Hoge Raad volgde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het klaagschrift terecht niet-ontvankelijk was.