Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
bij wijze van voorlopige schorsingsmaatregel:
Tekst & Commentaar Burgerlijke Rechtsvordering:
CVA/Staat [22] ,waarin is geoordeeld dat de Hoge Raad niet bevoegd is tot schorsing van de tenuitvoerlegging van uitspraken van de overheidsrechter. In die zaak werd de Hoge Raad verzocht de tenuitvoerlegging van een door het hof bekrachtigd vonnis van de voorzieningenrechter te schorsen. De Hoge Raad overwoog het volgende:
CVA/Staatis in de literatuur bekritiseerd. Zo schrijven Korthals Altes & Groen:
arbitraalvonnis te schorsen, ontbreekt een aanwijzing dat de wetgever die bevoegdheid bewust niet heeft willen creëren. Waar voor de schorsing van een rechterlijke uitspraak de Hoge Raad in het arrest
CVA/Staatheeft overwogen dat geen behoefte bestaat aan een bevoegdheid tot schorsing door de Hoge Raad, omdat een schorsingsverzoek bij de voorzieningenrechter mogelijk is, is in de wetsgeschiedenis van art. 1066 (oud) Rv opgemerkt dat de schorsingsmogelijkheid van die bepaling niet afdoet aan de mogelijkheid voor partijen om bij onverwijlde spoed schorsing te vragen bij de voorzieningenrechter. [26]
nietzou kunnen oordelen over een schorsingsverzoek op de voet van art. 1066 Rv Pro. In de wetsgeschiedenis van art. 1066 (oud) Rv noch in die van het huidige art. 1066 Rv Pro zijn aanwijzingen te vinden dat met deze bepaling is bedoeld tot uitdrukking te brengen dat slechts de rechtbank c.q. het gerechtshof bevoegd is van een schorsingsverzoek kennis te nemen, en dus niet de Hoge Raad.