Conclusie
1.Procesverloop
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
daaruitte zijn genoten. Het verband met de (vroegere) dienstbetrekking is beslissend. [14] Niet beslissend is of wat wordt genoten, een beloning is voor de arbeid die de werknemer (voorheen heeft) verricht. [15]
BNB1984/2. [17] Dit arrest gaat over de vraag of een uitkering die een werknemer ontvangt van de werkgever ter vergoeding van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht die is ontstaan als gevolg van een ongeval, loon is. De Hoge Raad beslist van niet in gevallen waarin de werkgever een dergelijke uitkering betaalt op grond van zijn aansprakelijkheid voor het ongeval dat zijn werknemer is overkomen. In die gevallen vindt een dergelijke uitkering niet zozeer haar grond in de dienstbetrekking van de werknemer dat zij moet worden aangemerkt als daaruit te zijn genoten. [18] Maar, aldus de Hoge Raad, onder bijzondere omstandigheden zoals bepaalde afspraken in de arbeidsovereenkomst, [19] wordt een dergelijke uitkering wél daaruit genoten.
BNB2001/150. [20] De werkgever en diens verzekeraar sluiten een vaststellingsovereenkomst die inhoudt dat de verzekeraar een bedrag uitkeert aan de werknemer ter vergoeding van (im)materiële schade en verlies aan arbeidsvermogen. Voor zover thans van belang, oordeelt de Hoge Raad dat deze uitkering wordt genoten uit de dienstbetrekking als zich zodanige omstandigheden voordoen zoals afspraken in de arbeidsovereenkomst, waaraan de werknemer een recht op vergoeding wegens verlies aan arbeidskracht ontleent.
BNB1984/2 en HR
BNB2001/150 volgt de regel dat een ongevalsuitkering wordt aangemerkt als te zijn genoten uit de dienstbetrekking als de werknemer het recht op deze uitkering ontleent aan de arbeidsovereenkomst met de werkgever. Deze regel is niet beperkt tot ongevalsuitkeringen, [21] maar vindt breder toepassing. Ik noem enkele voorbeelden. Zo vloeit de verhoging die de werkgever betaalt bij een hem toerekenbare vertraging in de loonbetaling, voort uit de dienstbetrekking omdat de werknemer het recht op deze verhoging ontleent aan zijn (wettelijk geregelde) arbeidsovereenkomst. [22] Zo vindt de premie die de werkgever betaalt voor de verzekeringspolis van een kind van zijn werknemer, eveneens haar grond in de dienstbetrekking als een beding in de arbeidsovereenkomst de werkgever verplicht tot betaling van de premie. [23] Zo ook komt de compensatie van de extra kosten van een verplichte ziektekostenverzekering voor de werknemer voort uit de dienstbetrekking als de compensatie is bedongen in de voor hem geldende collectieve arbeidsovereenkomst. [24]
BNB1992/57 ging het om het recht van de werknemer in staat te worden gesteld de overeengekomen arbeid te verrichten, [28] en in HR
BNB2011/276 om het recht op bijdragen aan het toegezegd pensioen. [29]
BNB1984/2 en HR
BNB2001/150. Het eerste middel faalt dan ook voor zover het betoogt dat deze arresten hier niet relevant zijn.
BNB2012/151 [32] . Ingeval de aanspraak mocht zijn vrijgesteld, dan is de uitkering belast op grond van artikel 10, lid 4, van de Wet LB, behoudens – zoals ook in het onderhavige geval - een mogelijke gehele of gedeeltelijke vrijstelling ex artikel 11, lid 1, van de Wet LB.
BNB2008/82 en betreft de compensatie van de extra kosten van een verplichte ziektekostenverzekering. [45] De Hoge Raad oordeelt als juist dat deze compensatie niet een beloningsvoordeel is.
BNB2015/110. [46] Dit arrest handelt over de vraag of politieagenten een beloningsvoordeel verkrijgen doordat een rechtspositionele regeling hun werkgever verplicht vorderingen tot vergoeding van door hen in hun dienstuitoefening geleden immateriële schade over te nemen tegen de nominale waarde terwijl uit ervaringsregels blijkt dat deze vorderingen een lagere waarde in het economisch verkeer hebben. De Hoge Raad oordeelt van niet:
ongeacht de toedracht ervan. Met een beperkte vrijstelling voor
alleoverlijdensuitkeringen als algemene regel is namelijk niet onverenigbaar dat overlijdensuitkeringen
ter zake van een ongevalzouden delen in een volledige vrijstelling als bijzondere regel. Aldus bezien doet het geen afbreuk aan artikel 11, lid 1, onderdeel m, van de Wet LB als een overlijdensuitkering ter zake van een ongeval zou zijn vrijgesteld volgens artikel 11, lid 1, onderdelen a en b, van de Wet LB.
windfall profit’. [60] Ook de niet verzekeringstechnisch geschoolde burger ervaart dit zo. Doordat de werkgever van de overledene de verzekering is aangegaan, bestaat tussen de uitkering en de dienstbetrekking een ‘
conditio sine qua non’verband. Gelet op het geschetste onderscheid tussen een ongevallenverzekering met een overlijdensuitkering en andere verzekeringen met een overlijdensuitkering, acht ik het echter plausibel dat een overlijdensuitkering uit een ongevallenverzekering niet naar algemene maatschappelijke opvattingen wordt ervaren als een beloningsvoordeel.
BNB2015/110 een ‘vergoeding’ werd aangenomen. In dat arrest was sprake van een financieel nadeel dat de politiefunctionaris leed doordat hij zijn recht op schadevergoeding in feite niet kon verhalen op degene die dit had veroorzaakt. In gevallen als het onderhavige is echter geen sprake van een concrete financiële schade, en voor zover al aan een min of meer als (pre)pensioen bedoelde uitkering kan worden gedacht, geldt dat dit een materie is die volstrekt buiten het kader van deze regeling ligt. Zo in gevallen als het onderhavige al valt te spreken van een betaling van compensatoire aard, geldt bovendien dat deze betaling niet afkomstig is van de werkgever. De wet is helder: de verkrijging van een aanspraak is belastbaar loon; mocht deze echter zijn vrijgesteld, dan is de uitkering daaruit belast.