Conclusie
Nummer18/03917 P
eerste middelklaagt dat het hof ten onrechte de dagvaarding voor de zitting van 30 augustus 2007 [1] geldig heeft verklaard.
07/280240-04 (+ ontnemingsvordering) en 07/915088-05”, inhoudende:
07/280240-04; 07/915088-05(gev. ttz)”, bij verstek gewezen;
(ontneming)”, waarin de betrokkene wordt opgeroepen voor de zitting van 16 februari 2007, met de (aangekruiste) mededeling dat de brief niet uitgereikt kon worden omdat er op het daarop vermelde adres niemand werd aangetroffen en aldaar een bericht is achtergelaten waarin is vermeld dat de brief binnen een in dat bericht gestelde termijn kon worden afgehaald op het daarin vermelde (post)kantoor of politiebureau. Verder is ingevuld dat de brief op 5 februari 2007 is teruggezonden aan de afzender;
oproeping verdachte”, om op 16 februari 2007 te verschijnen ter terechtzitting van het gerechtshof Arnhem, meervoudige kamer, zittinghoudende in Leeuwarden, inzake het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Zwolle d.d. 17 maart 2006 omtrent de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
Van deze zitting zijn geen aantekeningen meer bewaard gebleven. Het onderhavige proces-verbaal is om die reden mogelijk onvolledig. In dit proces-verbaal is alleen opgenomen datgene waarvan (onder meer op grond van de stukken) vast staat dat zulks heeft plaats gevonden.