ECLI:NL:PHR:2020:513
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling taakstrafverbod bij schuldheling en soortgelijk misdrijf diefstal
De verdachte is door het hof Amsterdam veroordeeld voor schuldheling van een gestolen motorscooter en kreeg een gevangenisstraf opgelegd, deels voorwaardelijk. Het hof achtte het taakstrafverbod van art. 22b lid 2 Sr van toepassing vanwege een eerder opgelegde taakstraf voor een soortgelijk misdrijf, namelijk diefstal.
De verdediging stelde dat schuldheling (art. 417bis Sr) niet als soortgelijk misdrijf aan diefstal (art. 310 Sr Pro) kan worden aangemerkt, omdat schuldheling niet in de opsomming van art. 43b Sr staat. De advocaat-generaal concludeerde echter dat de opsomming in art. 43b Sr niet limitatief is en dat schuldheling, net als opzetheling en gewoonteheling, hetzelfde rechtsbelang beschermt als diefstal.
De Hoge Raad volgt deze redenering en adviseert het cassatieberoep te verwerpen. De strafoplegging is voldoende gemotiveerd en het taakstrafverbod terecht toegepast. De zaak benadrukt dat de wettelijke opsomming van soortgelijke misdrijven in art. 43b Sr niet uitputtend is en dat de beoordeling mede afhangt van het beschermde rechtsbelang.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het taakstrafverbod is terecht toegepast bij de veroordeling voor schuldheling.