ECLI:NL:PHR:2020:498
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking wegens onjuiste toetsingsmaatstaf bij beslag op geldbedragen
De rechtbank Noord-Nederland heeft het klaagschrift van klager ongegrond verklaard waarbij conservatoir beslag op geldbedragen onder een ander dan klager werd gehandhaafd. Klager stelde eigenaar te zijn van deze bedragen en vorderde teruggave. De rechtbank oordeelde dat het beslag gehandhaafd moest blijven omdat niet onwaarschijnlijk was dat de strafrechter later een geldboete of ontnemingsmaatregel zou opleggen.
De advocaat-generaal (AG) stelde dat de rechtbank een onjuiste toetsingsmaatstaf had gehanteerd door niet te onderzoeken of buiten redelijke twijfel vaststond dat klager eigenaar was van de geldbedragen. Volgens de AG moet de rechter in een dergelijke situatie eerst vaststellen of klager als eigenaar kan worden aangemerkt en pas daarna beoordelen of uitzonderingen op teruggave van toepassing zijn.
De AG concludeerde dat de beschikking van de rechtbank vernietigd moet worden en de zaak moet worden terugverwezen naar de rechtbank voor een juiste beoordeling. Het eerste middel, dat betrekking had op het summiere karakter van de beklagprocedure, behoeft geen bespreking omdat het tweede middel slaagt.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt de beschikking, waarbij de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, voor een nieuwe beoordeling volgens de juiste maatstaf.
Uitkomst: De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling.