Conclusie
1.Inleiding
Algemeen
Structuur van het accijnstarief voor sigaretten en rooktabak tussen 2011 en 2017
ten hoogste76,5% mag bedragen. Door het laten vervallen van de vorengenoemde vaste percentages, is het niet meer noodzakelijk jaarlijks op 1 april de accijns van tabaksproducten aan te passen bij een wijziging van de WAP. Alleen als de specifieke accijns, uitgedrukt als een percentage van de totale belastingdruk, het percentage van 76,5 overschrijdt, is bijstelling nodig. Artikel 36(4) WA (tekst vanaf 1 januari 2017) verleent voor die situatie aan de minister de bevoegdheid de tarieven aan te passen. In de MvT is onder meer het volgende opgemerkt: [11]
zaken verbonden met de grondslag van de heffing, alsmede op praktische voorschriften zoals vorm en inhoud van documenten. Naar mijn mening dienen de eerstbedoelde aspecten te worden gedelegeerd naar een algemene maatregel van bestuur. De daarmee verbonden praktische voorschriften kunnen evenwel worden opgenomen in een ministeriële regeling.”
3.Tariefwijziging per 1 januari 2015
wetten.overheid.nlgeen officieel karakter heeft. [26] Een fout in de tekst zou weliswaar uitzonderlijk zijn, maar is toch denkbaar.
wetten.overheid.nl, is deze wetswijziging aldus verwerkt, dat enkel de in de onderdelen b en c genoemde bedragen van de minimumaccijns voor sigaretten en rooktabak zijn verhoogd en niet – zoals bijvoorbeeld wel gebeurde bij de wetswijziging per 1 januari 2013 – alle in de onderdelen b en c van artikel 35(1) genoemde tarieven afzonderlijk zijn aangepast.
4.Uitleg van de delegatiebepaling van artikel 36 WA Pro
carte blancheheeft willen geven. Als dat wel zo was geweest, dan zou daarover zeker een opmerking zijn gemaakt in de wetsgeschiedenis. Uit de wetsgeschiedenis, in het bijzonder de berekeningsmethodiek die de formele wetgever aan de minister heeft opgedragen (per 1 juli 2011) en die de minister na 1 juli 2011 is blijven toepassen en de formele wetgever ook zelf per 1 januari 2013 voor sigaretten heeft toegepast, leid ik af de wetgever niet meer heeft willen delegeren dan het aanpassen van de accijns op sigaretten en rooktabak als gevolg van een wijziging van de WAP. De minister had de nieuwe accijnstarieven per 1 april 2015 moeten berekenen door te toetsen of de geldende wettelijke accijnstarieven door de wijziging van de WAP nog in overeenstemming waren met de normen van artikel 36 WA Pro. Dat kon alleen door het oude ad-valoremrecht en specifieke recht los te laten op de ‘nieuwe’ WAP en aan de hand van de minimumnormen in artikel 36(7) WA te beoordelen of dat moet leiden tot een verhoging van de totale accijns (waarna nog een toedeling van dat bedrag aan het specifieke recht moet plaatsvinden overeenkomstig artikel 38(6) WA en het restant aan het ad-valoremdeel).
€ 181,53(0,95% * € 296,83 + € 173,97 = € 176,79,
te vermeerderen met de accijnsverhoging van € 4,74,
in totaal dus € 181,53 en daarmee meer dan de minimumaccijns, zodat dit bedrag de nieuwe minimumaccijns wordt);
€ 85,74(5,03% * € 153,57 + € 75,77 = € 83,49,
te vermeerderen met de accijnsverhoging van € 2,25, in totaal € 85,74 en daarmee dus meer dan de minimumaccijns, zodat dit bedrag de nieuwe minimumaccijns wordt);