ECLI:NL:PHR:2020:203
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslissing over geldelijke tegemoetkoming na beslag op personenauto door Douane
In deze zaak gaat het om een personenauto die in het kader van een politieonderzoek in beslag is genomen en door de Douane is onderzocht, waarbij een geheime bergplaats werd ontdekt. De klager diende een klaagschrift in tegen het beslag en verzocht tevens om een geldelijke tegemoetkoming.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond en oordeelde dat het verzoek om geldelijke tegemoetkoming prematuur was, omdat de auto mogelijk onder voorwaarden kon worden teruggegeven. De Hoge Raad stelt echter dat dit oordeel onjuist is, omdat de mogelijkheid tot teruggeven pas bestaat nadat het klaagschrift ongegrond is verklaard en de auto aan de staat is vervallen.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechter bij ongegrondverklaring van het klaagschrift ook over het verzoek tot geldelijke tegemoetkoming moet beslissen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden besluit voor zover het de geldelijke tegemoetkoming betreft en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling van dit verzoek.
De overige klachten over de bevoegdheid van de Douane om de auto te onderzoeken worden verworpen, waarbij de Hoge Raad bevestigt dat de Douane ruime controlebevoegdheden heeft bij vermoedens van een geheime bergplaats.
Deze uitspraak verduidelijkt de procedurele rechten van een klager bij beslag op goederen onder de Algemene Douanewet en de toepasselijkheid van geldelijke tegemoetkoming bij ongegrondverklaring van het klaagschrift.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel over de geldelijke tegemoetkoming en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.