Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
AANVULLENDE CONCLUSIE
vierde middelkomt met twee deelklachten op tegen de (motivering van de) strafoplegging. De steller van het middel betoogt allereerst dat het hof ten onrechte, dan wel niet begrijpelijk, aansluiting heeft gezocht bij de rechterlijke oriëntatiepunten die gelden voor een benadelingsbedrag van meer dan € 500.000,-. Daarnaast zou het hof bij de strafoplegging geen rekening hebben gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg, althans zou het niet hebben aangegeven welke strafvermindering als gevolg van die overschrijding in eerste aanleg is toegepast, aldus het middel.
Belastingnadeel?
vijfde middelklaagt over de overschrijding van de inzendtermijn in cassatie.