Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof de kosten van het geding van de benadeelde partij ten bedrage van € 90,-, waarin de betrokkene in de hoofdzaak is veroordeeld, in strijd met het bepaalde in art. 36e, zesde lid, (oud), Sr [1] , niet in mindering heeft gebracht op de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel is geschat.
tweede middelbehelst de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.