Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerstemiddel klaagt dat ’s hofs oordeel dat het beslag op de auto op grond van het vonnis van 18 februari 2004 is gelegd mede in het licht van hetgeen door de verdediging is aangevoerd niet zonder meer begrijpelijk is. [2]
als verklaring van [betrokkene 1]:
Op vrijdag 25 september 2015 te 14.00 uur begaf ik mij naar het woonadres van de geëxecuteerde [verdachte] aan [a-straat 1] te [postcode] [plaats] in de gemeente […] , teneinde voorbereidingen te treffen om tot verkoop van de door mij in beslaggenomen voornoemde personenauto over te gaan. Ik trof echter de voornoemde personenauto en eveneens het verkoopbiljet niet meer aan. Wel sprak ik ter plaatse voornoemde [verdachte] . Op mijn vraag aan [verdachte] waar de betreffende personenauto zich bevond, zei hij mij dat hij als bestuurder van zijn bedrijf [A] wel wist waar de personenauto was, maar dat hij mij dat niet wilde meedelen, en als privépersoon niet wist waar de auto was. Ik heb hem daarop getracht duidelijk te maken dat hij zich strafbaar maakte aan onttrekking van in beslag genomen goederen en dat ik aangifte zou gaan doen bij de politie indien de betreffende personenauto niet per omgaande ter plaatse zou worden bezorgd met sleutels en kentekenbewijzen. Tot op de dag van vandaag heeft [verdachte] hieraan niet voldaan.
als verklaring van de deurwaarder:
als verklaring van verdachte:
NJ2003/293 dat ofschoon de materiële juistheid van het gelegde beslag in de strafzaak niet ter beoordeling aan het hof voorlag, ‘het hof in reactie op het verweer en in het kader van de bewezenverklaring wel de formele rechtmatigheid van het gelegde beslag (diende) te beoordelen, omdat het executoriaal beslag op goederen die niet tot het vermogen van verzoeker behoorden, niet kon worden gegrond op voornoemd vonnis’. ’s Hofs oordeel zou daarom niet zonder meer begrijpelijk zijn.
W9041. De verdachte, handelaar in naaimachines, had opzettelijk een naaimachine meegenomen die zich in de woning van H.G. bevond. Op die naaimachine was door de deurwaarder, op verzoek van dr. D.B, uit kracht van een vonnis van de kantonrechter met inachtneming van de wettelijke formaliteiten executoriaal beslag gelegd, welk beslag nog niet was opgeheven. De verdachte had de naaimachine meegenomen naar zijn eigen woning en daar onder zich gehouden omdat deze van hem (en niet van H.G.) zou zijn. De verdachte werd veroordeeld wegens het opzettelijk enig goed aan een krachtens de wet daarop gelegd beslag onttrekken. In cassatie werd geklaagd over schending van art. 198 Sr Pro, door aan te nemen dat het voor de vraag of het beslag is gelegd krachtens de wet onverschillig is of naar burgerlijk recht de naaimachine in beslag genomen had mogen worden en door mitsdien tegen de verdachte een veroordeling uit te spreken hoewel vaststond dat het vonnis uit kracht waarvan het beslag gelegd was, niet tegen de verdachte maar tegen een derde was gewezen en niet die derde maar de verdachte eigenaar was van het in beslag genomen goed. Uw Raad oordeelde het middel ongegrond en overwoog daartoe:
ambtelijk opzichtbevinden’. Het handelen van de verdachte is ‘niet anders dan een daad van eigenrichting’ en kan als zodanig ‘niet rechtvaardigen, wat op zich zelf in de bepalingen van de strafwet valt’. Machielse sluit zich bij deze rechtspraak aan. [9]
NJ2019/177 overwoog Uw Raad, onder verwijzing naar HR 30 mei 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0176,
NJ1995/622:
NJ2003/293 overwoog het hof:
in en omde woning’ van verdachte. In het bijzonder de bewuste Mercedes is op de oprit bij de woning en derhalve niet in de woning in beslag genomen.
buitendiens woning geen voorafgaand verlof van de president van de rechtbank was verkregen. Het conservatoire beslag op de Mercedes is dus gelegd met overschrijding van het verlof van de president of anders gezegd, zonder voorafgaand verlof van de president.’
tweedemiddel klaagt dat niet is voldaan aan de eis van een berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro doordat de stukken niet tijdig naar de Hoge Raad zijn ingezonden.