Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt dat het hof de betrokkene ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, niet-ontvankelijk heeft verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep.
“Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Bij vonnis 2 augustus 2017 is de veroordeelde bij verstek veroordeeld.
Uit de akte van uitreiking van 23 november 2017 blijkt dat op die datum de beslissing van de politierechter van 2 augustus 2017 met parketnummer 01-067899-17 aan de veroordeelde in persoon is uitgereikt. Het hof heeft geconstateerd dat in eerste aanleg bij de rechtbank de strafzaak en de ontnemingszaak (gezamenlijk) onder het parketnummer 01-067889-17 [1] zijn aangebracht. De veroordeelde heeft zich gelegitimeerd met zijn Nederlandse rijbewijs en heeft voormelde akte ondertekend. De veroordeelde kon volgens de wet gedurende veertien dagen daarna tegen het vonnis hoger beroep instellen.
oproeping verdachte ontnemingsvordering”, waarin de betrokkene wordt opgeroepen om te verschijnen op woensdag 2 augustus 2017 ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank ’s-Hertogenbosch;
ontnemingsvordering ter terechtzitting (art. 36e SR.)”, waarin wordt meegedeeld dat de officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de rechtbank aan de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling van dat bedrag aan de staat, en dat dit voordeel door de officier van justitie voorlopig wordt geschat op € 21.845.
Vordering ontneming, parketnummer 01‑067899‑17”. Met pen staat daarbij geschreven “
+ oproep ontneming”, kennelijk voor de terechtzitting van de politierechter van 2 augustus 2017. Aangekruist is dat de geadresseerde op de dag van de eerste aanbieding en vijf dagen daarna bij de GBA stond ingeschreven op het op de akte genoemde adres ( [a-straat 1] te [plaats] ). Het invulveld aangaande een door de verdachte opgegeven adres is niet ingevuld. Verder stelt de op de akte vermelde medewerker van het OM te zijn overgegaan tot uitreiking van de gerechtelijke brief aan de griffier en tot verzending van een afschrift (van de gerechtelijke brief) naar het op de akte vermelde adres, met als datum van verzending: 30 mei 2017;
Mededeling Uitspraak”. Als beslissing van de politierechter d.d. woensdag 2 augustus 2017 wordt vermeld de aan de betrokkene opgelegde verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van € 21.292,92, ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. Volgens de koptekst op de bijsluiter, “
[...]”, dat overeenkomt met het op de brief vermelde briefkenmerk, behoort de bijsluiter over het aanwenden van een rechtsmiddel en de betekenis van een voorwaardelijke veroordeling bij deze brief;
verbalisant/inrichtingsmedewerker: [...]” dat een uitreiking heeft plaatsgevonden aan de betrokkene, met betrekking tot parketnummer 01-067899-17. Het document is voorzien van twee handtekeningen, onder ‘verbalisant/inrichtingsmedewerker’, waarbij in één van de twee de naam ‘ [betrokkene] ’ te herkennen is. Als opmerking van de verbalisant staat aangegeven dat de betrokkene zich heeft gelegitimeerd “
met [0001] nummer Legitimatie”; [4]
Mededeling Uitspraak”, waarbij met pen “
ontneming” is toegevoegd. Op de akte is aangekruist dat de geadresseerde op de dag van de eerste aanbieding en vijf dagen daarna bij de GBA stond ingeschreven op het daarop vermelde adres ( [b-straat 1] te [plaats] ). Het invulveld aangaande een door de betrokkene opgegeven adres is niet ingevuld. Verder stelt de op de akte vermelde medewerker van het OM te zijn overgegaan tot uitreiking van de gerechtelijke brief aan de griffier en tot verzending van een afschrift aan het op de akte vermelde adres, met als datum van verzending: 5 december 2017.