Conclusie
middelklaagt ten aanzien van het ontslag van rechtsvervolging voor feit 2 dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat verdachte een beroep kon doen op een vrijstelling door aan termen in de regelgeving een onjuiste uitleg te geven.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak ging het om de vraag of het storten van een grote hoeveelheid asfaltgranulaat buiten een inrichting strafbaar was onder artikel 10.2 Wet milieubeheer. Het hof had geoordeeld dat verdachte het granulaat als bouwstof in een grondwerk had verwerkt, waardoor een vrijstelling van het stortverbod van toepassing was.
De Hoge Raad toetste of het hof terecht had vastgesteld dat het granulaat voldeed aan de kwaliteitseisen van een bouwstof en dat de terreinverharding een 'werk' was in de zin van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming. De Raad bevestigde dat het hof terecht oordeelde dat het granulaat niet slechts was gestort om zich ervan te ontdoen, maar daadwerkelijk als bouwstof werd gebruikt in een grondwerk.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie en bevestigde het ontslag van rechtsvervolging voor het storten van het granulaat. De zaak bevatte uitgebreide overwegingen over de toepasselijkheid van vrijstellingen in de milieuwetgeving en de uitleg van het begrip 'werk' en 'bouwstof'.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging voor het storten van granulaat buiten een inrichting wegens toepassing van vrijstelling.