ECLI:NL:RVS:2002:AF2135
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- M. Oosting
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuursdwangbesluit wegens onjuiste toepassing Bouwstoffenbesluit
De gemeente Oosterhout legde appellante bestuursdwang op voor het storten van baggerspecie en natte grond op een bedrijventerrein, waarbij werd aangenomen dat het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming (Bsb) van toepassing was. Appellante voerde aan dat de storting slechts tijdelijke opslag betrof en geen werk in de zin van het Bsb.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de baggerspecie en natte grond tijdelijk in depots lagen om te ontwateren, voorafgaand aan het gebruik voor voorbelasting van de bodem. Dit tijdelijke karakter maakte dat de storting geen werk vormde volgens het Bsb. Hierdoor was het bestuursdwangbesluit onrechtmatig.
Het beroep van appellante werd gegrond verklaard, het besluit van 5 december 2000 werd herroepen en het besluit op bezwaar van 24 oktober 2001 vernietigd. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan appellante toegekend.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste kwalificatie van activiteiten onder het Bouwstoffenbesluit en de zorgvuldige toepassing van bestuursdwang door bestuursorganen.
Uitkomst: Het bestuursdwangbesluit is vernietigd en herroepen omdat de tijdelijke opslag van baggerspecie geen werk vormt in de zin van het Bouwstoffenbesluit.