Uitspraak
200608609/2geschorst.
Raad van State
Verzoekster exploiteert een inrichting voor het verwerken van bedrijfsafvalstoffen, waaronder sorteerzeefzand dat zij afvoert naar Dutch Infra Tech B.V. te Rotterdam. De gemeente Amsterdam legde haar een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 10.37, tweede lid, van de Wet milieubeheer en vergunningvoorschriften D4 en D11, omdat Dutch Infra Tech B.V. niet over een geldige milieuvergunning zou beschikken.
Verzoekster betoogde dat Dutch Infra Tech B.V. als erkende verwerker kan worden beschouwd, omdat het sorteerzeefzand wordt toegepast als bouwstof conform het Bouwstoffenbesluit, waarvoor geen milieuvergunning vereist is. De Raad van State oordeelde dat het voorshands niet kan worden uitgesloten dat het sorteerzeefzand op juiste wijze als bouwstof wordt toegepast, en dat de gemeente onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de vraag of de afgifte aan Dutch Infra Tech B.V. voldoet aan de wettelijke eisen.
Daarom schorst de Voorzitter het besluit van de gemeente Amsterdam tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar, met een doorloop bij een verzoek om voorlopige voorziening. Tevens veroordeelt de Voorzitter de gemeente tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoekster.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom wordt geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.