Conclusie
middelklaagt over schending van - naar ik begrijp - art. 51
oudSv omdat de raadsman niet onverwijld een afschrift van de processtukken is toegezonden. [1]
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of een door een raadsman abusievelijk aan de strafgriffie van een ander gerecht dan het behandelend gerecht verzonden stelbrief, op grond van het oude art. 39 Sv Pro, door de ontvangende strafgriffie moet worden doorgezonden naar het juiste gerecht. De raadsman had zijn stelbrief gericht aan het hof Arnhem-Leeuwarden gestuurd, terwijl de zaak in hoger beroep bij het hof Den Haag lag.
De Hoge Raad overwoog dat de regel dat een brief van een verdachte die aan het verkeerde justitiële adres wordt gestuurd, moet worden doorgezonden, niet automatisch geldt voor een stelbrief van een raadsman. Vanwege de professionele rol van de advocaat wordt verwacht dat hij de juiste administratieve weg bewandelt. Daarom is er geen doorzendplicht voor de strafgriffie wanneer een stelbrief abusievelijk naar het verkeerde gerecht wordt gestuurd.
Het middel dat op deze grond was ingesteld, faalde en werd verworpen. De Hoge Raad vond geen aanleiding om de bestreden uitspraak te vernietigen. De verdachte was door het hof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat geen doorzendplicht geldt voor abusievelijk naar het verkeerde gerecht verzonden stelbrieven door raadsman.