Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
De rechtbank Limburg heeft bij beschikking het klaagschrift van de beslagene deels gegrond verklaard en bepaald dat de beslaglegging op een Volkswagen Caddy, vanwege overschrijding van het door de rechter-commissaris verleende maximum bedrag, moet worden opgeheven en het voertuig moet worden teruggegeven.
De officier van justitie stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de rechtbank onjuist is omdat beslaglegging ex artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering niet beperkt is tot het maximale bedrag genoemd in de machtiging van de rechter-commissaris.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van de beschikking met betrekking tot de bestelauto en wijst de zaak terug naar de rechtbank Limburg voor hernieuwde behandeling en beslissing op het klaagschrift omtrent dit voertuig.
De zaak betreft conservatoir beslag op voertuigen en geldbedragen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar betrokkenheid bij hennepteelt en handel in verdovende middelen. De rechtbank had vastgesteld dat er een voldoende ernstige verdenking bestond en dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter een geldboete of ontnemingsmaatregel zou opleggen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en concludeert dat de rechtbank ten onrechte het beslag heeft beperkt tot het maximum van de machtiging, waardoor de beslissing moet worden vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel van de rechtbank over het beslag op de bestelauto en wijst de zaak terug voor herbeoordeling.