Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
NJ2003/375 m.nt. M.M. Mendel (
[...] /Octant BV), A-G]). Dit kan met zich brengen dat de assurantietussenpersoon zich in het belang van de verzekeringnemer actief informerend opstelt. Waar een bank naast haar gewone bancaire activiteiten mede het assurantiebemiddelingsbedrijf uitoefent, kan zij zich niet aan haar verplichtingen als assurantietussenpersoon onttrekken met het betoog dat informatie die mede voor het assurantiebemiddelingsbedrijf van belang is, slechts aan haar met bancaire activiteiten belaste medewerkers bekend is geworden (vgl. HR 9 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2537 [
NJ1998/586 m.nt. M.M. Mendel (
Erven Van Dam/Rabobank), A-G]).”
3.Assurantietussenpersoon, zorgplicht en eigen schuld
Erven Van Dam/
Rabobanken
[...] /Octant BVbespreking
. [26]
Erven Van Dam/
Rabobank [27] blijkt niet alleen dat de assurantietussenpersoon zich actief en onderzoekend moet opstellen, maar ook dat goede interne communicatie binnen de organisatie van de assurantietussenpersoon onontbeerlijk is. Na het overlijden van Van Dam, de eigenaar van een bij Interpolis tegen brand verzekerde boerderij, werd door de erven aan Rabobank Gorredijk van het overlijden kennis gegeven. Aan de brandverzekering, die via dezelfde bank was afgesloten, werd niets gedaan. Toen het pand vervolgens afbrandde, weigerde de verzekeraar dekking te verlenen, omdat hem geen mededeling was gedaan van het overlijden en de daarop volgende leegstand. Ten aanzien van de vraag wat Rabobank Gorredijk als assurantietussenpersoon met de kennis omtrent het overlijden had moeten doen, heeft Uw Raad als volgt overwogen:
[...] /Octant BV [29] wordt vervolgens duidelijk dat een assurantietussenpersoon in de nazorgfase, wanneer hij enige kennis draagt van omstandigheden die mogelijk consequenties kunnen hebben voor een onder zijn beheer vallende polis, gehouden is om hiernaar onderzoek te verrichten, informatie in te winnen en de verzekerde over deze omstandigheden en hun consequenties te informeren. [30] Ook in deze zaak ging het om een opstalverzekering met betrekking tot een pand dat gedurende de looptijd van de verzekering leeg is komen te staan en vervolgens grotendeels is afgebrand. Daarop weigerde de verzekeraar uitkering. In de door de verzekeringnemer tegen de assurantietussenpersoon aangespannen zaak heeft Uw Raad eerst het beoordelingskader bevestigd en vervolgens een op de zaak toegespitst oordeel gegeven:
Erven Van Dam/Rabobankcentraal gestelde verplichting van de assurantietussenpersoon om te waken voor de belangen van de verzekeringnemer bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen in het concrete geval nu precies strekt.
primairzal hij zich op het standpunt stellen dat van een schending van de zorgplicht geen sprake is en
subsidiair, mocht dat toch wel het geval zijn, dat dan in ieder geval sprake is van ‘eigen schuld’ aan de zijde van de verzekeringnemer. Op beide fronten kan dan de (beweerde) eigen verantwoordelijkheid in beeld komen. Soms zal van een schending van de zorgplicht geen sprake zijn, omdat de assurantietussenpersoon er juist van mocht uitgaan dat de (aspirant-)verzekeringnemer zelf verantwoordelijkheid zou nemen. [40] Wanneer de assurantietussenpersoon wél is tekortgeschoten in zijn zorgplicht, kan een beroep op de eigen schuld van de benadeelde leiden tot vermindering (en onder omstandigheden zelfs verval) van de vergoedingsplicht op basis van art. 6:101 BW Pro.
toegerekend. In dit verband moet de benadeelde aangerekend kunnen worden dat hij zich anders heeft gedragen dan een redelijk mens onder de gegeven omstandigheden met het oog op zijn eigen belang zou hebben gedaan. [41] Bij eigen schuld gaat het derhalve om een bijdrage aan de schade door het betrachten van onvoldoende zorg voor eigen persoon of goed waarvan niet de dader maar de benadeelde het risico draagt. Het woord ‘risico’ sluit daarbij in dat het niet enkel gaat om onzorgvuldig of onvoorzichtig gedrag van de benadeelde ten aanzien van het eigen belang, maar dat het ook kan gaan om omstandigheden die in zijn risicosfeer liggen (zoals handelen of nalaten van een door hem ingeschakelde persoon). [42] Is deze eerste hobbel van de toerekening aan de benadeelde genomen en is de schade mede een gevolg van deze aan hem toe te rekenen omstandigheden, dan begint het eigenlijk pas. Dan is men als het ware door de poort van art. 6:101 BW Pro en wordt vervolgens aan de hand van de in het eerste lid van deze bepaling neergelegde verdelingsmaatstaven (causale verdeling en billijkheidscorrectie) bepaald of, en zo ja in hoeverre, de vergoedingsplicht van de aansprakelijke persoon wordt verminderd.
Ove Skouhier illustratief. Het gaat in deze zaak om een bewakingsbedrijf dat zich had verplicht jegens de rederij Ove Skou tot het ter beschikking stellen van een wachtsman die de toegang tot het schip Marie Skou zou bewaken. Op een zekere nacht zijn dieven toch naar binnen gedrongen, terwijl de bewaker koffie aan het drinken was. Aangesproken tot schadevergoeding door de rederij voerde het bewakingsbedrijf als verweer dat een als deksman aangesteld bemanningslid evenmin voor onraad had gewaakt. Dit beroep had bij het hof succes, maar Uw Raad casseerde en wees een vermindering van de aanspraak op schadevergoeding wegens eigen schuld af: [46]
4.Bespreking van de klachten
onderdeel 1bis gericht tegen rov. 4.7 van het tussenarrest van 14 juli 2015. Het onderdeel stelt voorop dat er sprake is van eigen schuld van [verweerster] als zij in de gegeven omstandigheden onredelijk, onvoorzichtig, onzorgvuldig, foutief of verkeerd heeft gehandeld, afgezet tegen de mogelijkheid dat zij daardoor schade voor zichzelf zou doen ontstaan. Van een verzekerde die zich in de relatie met zijn verzekeraar van een tussenpersoon bedient, kan worden verlangd dat hij ook zelf waakt voor zijn belangen ten aanzien van de verzekering en het behoud van dekking door de polis zorgvuldig door te lezen en de daar vermelde verplichtingen die op de verzekerde zijn gelegd, na te leven. In het onderhavige geval geldt dat voor de meldingsplicht op grond van de leegstandclausule, aldus het onderdeel. De enkele omstandigheid dat de assurantietussenpersoon zijn zorgplicht heeft geschonden, maakt niet dat de schending van de meldingsplicht door de verzekerde niet langer aan deze laatste kan worden toegerekend. Ook wanneer de assurantietussenpersoon zijn zorgplicht schendt, treft de verzekerde van het niet melden van de ingebruikname, die op grond van een clausule in de polis aan de verzekeraar gemeld moet worden opdat deze laatste het risico en de premie en/of de voorwaarden van de verzekering opnieuw kan beoordelen, een verwijt, althans is dat een omstandigheid die voor risico van de verzekerde komt, zodat die omstandigheid hetzij op grond van schuld dan wel op grond van risico aan de verzekerde kan worden toegerekend. Het niet melden van de ingebruikname van het pand kan derhalve aan [verweerster] worden toegerekend, ook al heeft Rabobank [verweerster] er niet op geattendeerd dat zij relevante wijzigingen ten aanzien van het gebruik van het pand moest melden en ook al heeft Rabobank niet actief gevraagd naar ingebruikname van het pand. Voor zover het hof dit heeft miskend, is zijn oordeel rechtens onjuist.
afbouwvan de bedrijfshal. [69] Hieruit volgt dat de bouw van de bedrijfshal in de afrondende fase was. Het moet in ieder geval voor Rabobank duidelijk zijn geweest dat voltooiing van de bedrijfshal geen vier jaar meer zou vergen. [70] In december 2000 heeft Ned-Trade ook een rekening bij Rabobank geopend waarbij het adres van de bedrijfshal is opgegeven. [71]
onderdeel 1c.
Onderdeel 1dfaalt dan ook.