4.3.Deze bewezenverklaring berust op de navolgende bewijsmiddelen:
“1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal genummerd PL0780- 2014070988-1, pagina 25 t/m 27, opgemaakt op 1 juli 2014 door [verbalisant 1] , BOA domein generieke opsporing, aktenummer 6039455/0 van politie Gelderland-Midden, voor zover van belang inhoudende als
verklaring van [betrokkene 1] ,-zakelijk weergegeven-:
Ik ben bewoner van de woning [a-straat 1] te [plaats] .
Tussen 23 juni 2014 en 26 juni 2014 ontdekte ik dat er goederen uit de woning waren weggenomen. Ik wilde op 24 juni 2014 geld gaan pinnen maar ik kon mijn pinpasje niet vinden. Ik kreeg op 26 juni 2014 een telefoontje van mijn bewindvoerder. Ik hoorde hem zeggen dat er bij- en afschrijvingen op mijn bankrekening waren waarover ik geen contact met hem had opgenomen. Ik heb tegen hem gezegd dat ik geen bijzondere af- en bijschrijvingen heb gedaan met mijn bankrekening.
Op het bankafschrift zag ik diverse bij- en afschrijvingen waarvan ik helemaal niets weet. Ik kan u zeggen dat ik nooit mijn pinpas en pincode heb afgegeven aan een andere persoon.
2. een “overzicht transacties” cliënt [betrokkene 1] , Leefgeld Rekening, als bijlage gevoegd bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal genummerd PL0700-2014070988- 29, pagina 41, voor zover van belang inhoudende:
3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen onder nummer PL078L-2014070988-4, pagina 149-150, met bijlagen, opgemaakt op 13 augustus 2014 door [verbalisant 2] , inspecteur van politie, voor zover van belang inhoudende
als relaas van verbalisant-zakelijk weergegeven-:
Op 1 juli 2014 heeft [betrokkene 1] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning waarbij zijn pinpasje en pincode werden weggenomen.
[betrokkene 1] zag op zijn bankafschrift dat er vanaf 23 juni 2014 meerdere malen geld werd gestort op zijn rekening waarna er meerdere malen grote bedragen gepind werden. Twee van deze pintransacties vonden plaats bij de ABN Amro pinautomaat:
Drieslag 4 te Arnhem
- woensdag 25 juni 2014 te 22.07 uur
- donderdag 26 juni 2014 te 1.30 uur
Op 9 juli 2014 heb ik camerabeelden bij de betreffende pinautomaat van ABN Amro gevorderd.
Op de camerabeelden van de Drieslag 4 te Arnhem van woensdag 25 juni 2014 te 22.07 uur is te zien dat een jongen met een zwart opengeritste jas, met daaronder een zwart shirt met witte opdruk, aan komt lopen en de camera afdekt. De jongen lijkt kort haar te hebben en is enigszins ongeschoren. Een uitdraai van deze beelden is als bijlage 3 aan dit proces-verbaal toegevoegd.
Op de camerabeelden van de Drieslag 4 te Arnhem van donderdag 26 juni 2014 te 01.49 uur is te zien dat vermoedelijk dezelfde jongen als hiervoor beschreven aan komt lopen en de camera afdekt. Deze jongen draagt dezelfde kleding heeft kort haar en is eveneens ongeschoren. Een uitdraai van deze beelden is als bijlage 4 aan dit proces-verbaal toegevoegd.
4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen onder nummer PL0700-2014070988-15, (pagina 173 met de bijlage 3 met onderschrift Dader 2) opgemaakt op 10 oktober 2014 door [verbalisant 2] , inspecteur van politie en [verbalisant 3] , hoofdagent van politie,
als relaas van verbalisant of een hunner-zakelijk weergegeven-:
Op donderdag 9 oktober 2014 zijn op de televisie bij Omroep Gelderland tijdens de uitzending van dossier GLD camerabeelden getoond van de pinners. Naar aanleiding van deze uitzending komen op 10 oktober 2014 een tweetal jongens zich melden bij het politiebureau aan de Beekstraat te Arnhem. Eén van hen is:
- [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] .
Beide jongens verklaren dat zij zich komen melden omdat zij door anderen herkend zijn op camerabeelden.
Ik, verbalisant van [verbalisant 2] , heb [verdachte] als verdachte gehoord. Ik herkende hem als dader 2 van de camerabeelden.”