ECLI:NL:PHR:2018:1168
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van art. 63 Sr bij nog niet onherroepelijke levenslange gevangenisstraf
In deze zaak staat de vraag centraal of artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr) buiten toepassing kan worden gelaten wanneer een verdachte reeds is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf die nog niet onherroepelijk is. De verdachte was in een eerdere strafzaak veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, waarna hij in een andere zaak werd veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder poging tot ontvoering en openlijke geweldpleging.
Het hof had geoordeeld dat vanwege de reeds opgelegde levenslange gevangenisstraf geen aanvullende gevangenisstraf kon worden opgelegd voor de nieuwe feiten, mede op grond van artikel 63 Sr Pro. Het Openbaar Ministerie (OM) stelde cassatieberoep in, stellende dat er een uitzondering gemaakt moet worden op de toepassing van artikel 63 Sr Pro zolang de levenslange straf nog niet onherroepelijk is.
De advocaat-generaal (AG) concludeert dat er geen reden is om artikel 63 Sr Pro buiten toepassing te laten, ook niet omdat de levenslange straf nog niet onherroepelijk is. De AG verwijst naar eerdere jurisprudentie en benadrukt dat het huidige recht vereist dat ook een nog niet onherroepelijke straf in aanmerking wordt genomen bij meerdaadse samenloop. Bovendien is het praktische bezwaar dat tijdelijke straffen onbestraft zouden blijven als de levenslange straf wordt vernietigd, volgens de AG niet doorslaggevend.
Het advies van de AG is dan ook om het cassatieberoep te verwerpen. De zaak bevat tevens een uitvoerige bespreking van de wettelijke bepalingen omtrent meerdaadse samenloop en de toepassing van artikel 63 Sr Pro, waarbij wordt bevestigd dat uitzonderingen op deze regel zeer terughoudend worden toegestaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie wordt verworpen; artikel 63 Sr is ook van toepassing bij een nog niet onherroepelijke levenslange gevangenisstraf.