Conclusie
tweede middelklaagt over de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof dat de gedragingen van verdachte en de door hem geuite bewoordingen bedreigend zijn.
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens poging tot diefstal en bedreiging met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in een snackbar te Rotterdam. Hij probeerde herhaaldelijk de kassalade te openen en bedreigde een medewerkster met het wapen, waarbij hij meerdere keren de trekker overhaalde en bedreigende woorden sprak.
Het verweer dat het slechts om een grap ging, werd door de Hoge Raad verworpen. De Raad benadrukte dat het hof voldoende gemotiveerd had dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening aanwezig was en dat de gedragingen en woorden van verdachte bij de medewerkster in redelijkheid vrees konden oproepen voor haar leven.
De Hoge Raad bevestigde dat de context, de ernst van de gedragingen en de duur van het incident (ongeveer zes minuten) het verweer van baldadigheid of grap uitsluiten. Ook de bekende relatie tussen verdachte en medewerkster deed niet af aan de ernst van de bedreiging. Het cassatieberoep faalde en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor poging tot diefstal en bedreiging met een nepvuurwapen.