Conclusie
1.Feiten en procesverloop
( [1] )Daarbij wordt van de toepasselijkheid van artikel 6:99 BW Pro uitgegaan: de gehele schade is aan ieder van de aanrijdingen toe te rekenen. In het gevorderde bedrag is een aanmerkelijk bedrag opgenomen voor verlies aan verdienvermogen ook voor de toekomst. De procedure wordt tegen Allianz ingesteld vanuit de aanname dat Allianz optreedt als ‘regelend verzekeraar’
( [2] )ter zake van alle vier aanrijdingen.
( [3] )Hij handhaaft zijn vordering jegens Allianz tot betaling van een schadevergoeding van € 350.000,-, maar vermindert de grondslag van die vordering in die zin dat hij aan die vordering alleen nog de aanrijdingen in 2001 en 2003 ten grondslag legt. Hij voert verder zes grieven aan.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
“in het geheel niet”.Om de onbegrijpelijkheid van die vaststelling aan te tonen wordt een opsomming gegeven van in het geding gebrachte stukken, die een huisartsenkaart of -journaal betreffen dan wel betrekking hebben op het ongeval uit 2007.
“in het geheel niet”. Zou het hof daarmee hebben willen zeggen dat voor wat betreft het huisartsenjournaal en het ongeval uit 2007 geen enkel stuk in het geding is gebracht dan is er inderdaad sprake van een onbegrijpelijk oordeel. Er zijn van de huisarts afkomstige stukken, waaronder een gedeelte van het huisartsenjournaal, in het geding gebracht en ook stukken met informatie over het ongeval in 2007. Het komt onaannemelijk voor dat dat aan het hof is ontgaan. De passage
“in het geheel niet”dient, zo schijnt het toe, anders te worden begrepen. Het hof heeft blijkens rov. 3.14 ter comparitie van partijen aan [eiser] de instructie gegeven om de in rov. 3.14 genoemde informatie te verstrekken
overzichtelijk en in chronologische volgorde per onderwerp gerangschikt in een map en gecombineerd met de reeds overgelegde informatie”. Op die wijze heeft [eiser] de stukken met betrekking tot het huisartsenjournaal en de stukken met (medische) informatie over het ongeval uit 2007 na de comparitie van partijen niet in het geding gebracht. Tegen deze achtergrond bezien mist de motiveringsklacht in de eerste volzin van de voorlaatste alinea van onderdeel 1 feitelijke grondslag.
“En waar niet meer medische informatie beschikbaar is dan reeds is overgelegd (vgl. r.o. 3.16.1 van het bestreden arrest) verlangt het hof van [eiser] het onmogelijke.”Hierin valt de klacht te lezen dat onbegrijpelijk is dat het hof aanneemt dat [eiser] tekort is geschoten in het overleggen van stukken met medische informatie, waarvan ter comparitie overlegging is gevraagd.
“ [eiser] had geen toegenomen klachten of beperkingen en enkel materiële schade.”Een stuk met medische informatie is toen niet bijgevoegd. Hiermee is toen geen volledige en juiste informatie verstrekt. Op blz. 1 van het huisartsenjournaal dat deel uitmaakt van productie 45 a t/m m treft men bij de datum 02.03.2007 de volgende aantekening:
“veel pijn klachten nek en schouders en voet rechts, pijn klachten erger sinds ongeval 27 januari, vooral in de nacht last van handen en voeten stekende pijn. Neuroloog kon niets doen.”
“Client is een 50 jarige man die als chauffeur-bezorger op 10-9-2001 zijn werkzaamheden moest staken. Hij gaat –(waarschijnlijk is bedoeld:
heeft)
op 8-9-2002 einde wachttijd bereikt.
Een uitkering naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 80-100% WAO is van toepassing.”Over deze passage wordt opgemerkt dat daarmee alleen kan zijn bedoeld, dat [eiser] , zoals door hem ook gesteld, als gevolg van het ongeval van 4 september 2001 volledig is uitgevallen. Gelet op deze toelichting, is de klacht in onderdeel 3 aldus te verstaan dat onbegrijpelijk is het oordeel van het hof dat uit productie 101 niet blijkt dat de bij [eiser] nog aanwezige 80-100% arbeidsongeschiktheid voortvloeit uit het op 4 september 2001 plaatsgevonden hebbende ongeval.
( [4] )en ook wordt niet nader toegelicht in welk opzicht in het licht van die rechtspraak door het hof te hoge eisen aan het causaal verband tussen de ongevallen van 4 september 2001 en 5 maart 2003 enerzijds en de door [eiser] gestelde schade anderzijds worden gesteld. Als niet voldoende uitgewerkt kan de klacht geen doel treffen. Overigens, ook hier is vast te houden aan het door het hof in rov. 3.11 geformuleerde, in cassatie als zodanig niet bestreden uitgangspunt voor toerekening van de door [eiser] geleden schade aan de vijf ongevallen.
( [5] )