ECLI:NL:PHR:2017:589
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing getuigenverzoek minderjarig kind wegens belangenafweging welzijn en eerlijk proces
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte is veroordeeld voor ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes in een zwembad te Waddinxveen. De verdediging verzocht om het horen van het jongste slachtoffer, een minderjarig kind, als getuige, maar het hof wees dit verzoek af vanwege het vermeende risico op ernstige schade aan het welzijn van het kind.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende concreet heeft gemotiveerd waarom het welzijn van het kind door het getuigen zou worden geschaad. De enkele verwijzing naar het tijdsverloop en de wens van de moeder van het kind is onvoldoende om het belang van het kind zwaarder te laten wegen dan het verdedigingsbelang van de verdachte.
De Hoge Raad bevestigt het toetsingskader uit eerdere jurisprudentie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarbij het belang van het slachtoffer moet worden afgewogen tegen het recht van de verdachte op een eerlijk proces. Hoewel het hof compensatie heeft geboden door andere getuigen toe te laten en bewijs te laten inzien, is de motivering voor het afwijzen van het horen van het kind als getuige onvoldoende.
Desondanks oordeelt de Hoge Raad dat het cassatieberoep ongegrond is omdat de verdediging voldoende compensatie heeft gekregen voor het ontbreken van directe ondervraging van het kind, waardoor geen schending van het recht op een eerlijk proces is vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks vernietiging wegens onvoldoende motivering afwijzing horen minderjarig kind als getuige.