Conclusie
verzoekster tot cassatie,
1.Feiten en procesverloop
Vast staat dat [verzoekster] gedurende nagenoeg de gehele duur van de schuldsaneringsregeling een inspanningsverplichting opgelegd heeft gekregen van 20 uur. Aangezien zij voor 12 uur werkzaam was behoefde zij slechts voor 8 uur aanvullend te solliciteren. Niet in geschil is dat [verzoekster] aan laatstbedoelde sollicitatieverplichting heeft voldaan.
2.Inleiding op de bespreking van het cassatiemiddel
Wessels voegt hieraan op basis van de wetsgeschiedenis van het huidige art. 349a Fw nog toe: [13]
bij aanvangvan de schuldsanering. [14] De passages uit de wetsgeschiedenis bij art. 343 lid 2 Fw Pro (oud) waarnaar Wessels verwijst zien daar ook op.
NJ 2014, 470, rov. 3.4.5: [18]
verplichtis om tot verlenging over te gaan indien de schuldenaar niet alle verplichtingen is nagekomen en om verlenging verzoekt in plaats van beëindiging zonder schone lei. Een cassatieberoep tegen een rechterlijke beslissing tot weigering van verlenging (maar beëindiging zonder schone lei), heeft dan ook weinig kans van slagen. [19]
niet tekort is geschotenin de nakoming van enige verplichtingen uit hoofde van de schuldsaneringsregeling. Die vraag moet ontkennend worden beantwoord. Waar, zoals uit het voorgaande blijkt, bij aanvang van de schuldsaneringsregeling er verschillende argumenten kunnen zijn om de looptijd van de schuldsanering te verlengen en de rechter in dat kader beoordelingsvrijheid toekomt, is dat bij verlenging aan het einde van de regeling niet het geval. Indien de schuldenaar zich gedurende de looptijd van de schuldsanering heeft gehouden aan alle verplichtingen, heeft hij recht op de schone lei. Zie in deze zin de wetsgeschiedenis bij art. 358 Fw Pro (oud): [20]
nietin de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten.
ofweldat de schuldenaar tekortgeschoten is in de nakoming van een verplichting (in welk geval beoordeeld moet worden of deze toerekenbaar is of, subsidiair, dat deze buiten beschouwing kan blijven vanwege bijzondere aard of geringe betekenis),
ofweldat de schuldenaar níet tekort is geschoten in de nakoming van een verplichting. In het eerste geval
kanverlenging van de looptijd aan de orde zijn; in het tweede geval volgt uit art. 358 lid 1 jo Pro. art. 356 Fw Pro dat de schone lei wordt verleend.
c. de afdrachtplicht (art. 295 Fw Pro);
3.Bespreking van de klachten
eerste klacht(I.1, nader toegelicht in I.1.1 tot en met I.1.5) is gericht tegen het uitgangspunt van het hof in rov. 2.5, dat [verzoekster] niet volledig aan haar inspanningsverplichtingen heeft voldaan omdat zij, kort gezegd, slechts voor 20 uur per week beschikbaar hoefde te zijn voor de arbeidsmarkt.
tweede klacht(I.3 en I.4) komt erop neer dat gegeven het feit dat [verzoekster] volledig aan haar inspanningsverplichting en de overige op haar rustende verplichtingen heeft voldaan, het hof niet kon beslissen tot verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling.
derde klacht(I.5) hoeft dan ook geen bespreking.