Conclusie
1.Feiten en procesverloop tot de verwijzing
2.Procesverloop na cassatie en verwijzing
in conventievernietigd, en opnieuw recht doende, de man veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan de vrouw van € 1.600.566,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 april 2001 tot aan de dag der algehele voldoening. Verder veroordeelde het hof de man tot terugbetaling van proceskosten aan de vrouw en tot opheffing van een door hem op 18 september 2001 ten laste van de vrouw gelegd beslag. Tevens heeft het hof het vonnis van de rechtbank Roermond van 16 mei 2002
in reconventievernietigd, behoudens de compensatie van de proceskosten, en de vordering van de man in reconventie alsnog afgewezen. Het eindarrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Subonderdeel 2.1klaagt dat de beslissing van het hof om uit te gaan van een verdeling
bij helfterechtens onjuist is, althans ontoereikend gemotiveerd. Daartoe voert de man aan dat het hof voorbij gaat aan het specifieke aanbod van de man om (door het horen van notaris Tijssen en/of oud-notaris Poppe als getuigen) te bewijzen dat de vrouw destijds genoegen heeft genomen met minder dan de helft. Het hof is met geen woord ingegaan op de stelling van de man dat de notaris in 1992 aan de vrouw had voorgesteld, de helft van de aandelen te behouden, welk voorstel door de vrouw is afgewezen omdat geen garantie kon worden geboden en een faillissement niet ondenkbaar was, gelet op de slechte liquiditeitspositie. Volgens de man heeft de vrouw toen gekozen voor de zekerheid van de regeling in het convenant (met maandelijkse betalingen). Volgens het subonderdeel heeft het hof ten onrechte zich geen rekenschap gegeven van deze stelling en van het daarbij behorende bewijsaanbod. Indien het hof stilzwijgend ervan is uitgegaan dat deze bewijsaanbiedingen niet relevant waren, is dat oordeel in het licht van de gedingstukken onbegrijpelijk. [16] Het hof is volgens de man op dit punt in zijn motiveringsplicht tekortgeschoten.