Conclusie
eerste middelwordt voorgesteld kan niet als cassatiemiddel in de zin der wet gelden, nu daarin een duidelijke en stellige klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen ontbreekt. [2]
tweede middelklaagt dat het hof verzuimd heeft aan de niet-naleving van de Aanwijzing afpakken (hierna: de Aanwijzing), voor zover het betreft de cumulatie van de terugvordering door de gemeentelijke sociale dienst van ten onrechte ontvangen uitkeringen en de ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie, de consequentie van niet-ontvankelijkheid van de advocaat-generaal in diens vordering dan wel de afwijzing van deze vordering te verbinden.
De ontnemingsvorderingen.
Gemeentelijke Sociale Diensten en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen hebben een terugvorderingsbevoegdheid met betrekking tot ten onrechte ontvangen uitkeringen. Bij het bepalen van de ontnemingsvordering dient daarmee rekening worden gehouden. In gevallen waarin deze terugvordering geheel of gedeeltelijk achterwege blijft, kan een ontnemingsvordering worden ingesteld”.
Grondslag voor de ontneming
Samenvatting
2.Uitgangspunten
3.Afstemming ter voorkoming van cumulatie
Stcrt. 2012/26827) die van 1 januari 2013 tot en met 31 maart 2016 van toepassing was. [6] Ik citeer daaruit:
. Ontneming
terugbetaald. De eis van het reeds terugbetaald zijn, wordt in de Aanwijzing niet gesteld, terwijl het hof in het ongewisse heeft gelaten welke factoren het opleggen van een ontnemingsmaatregel naast de terugvordering door de gemeente zou kunnen rechtvaardigen.
derde middelklaagt dat de redelijke termijn is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.