ECLI:NL:PHR:2017:1591
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt diefstal met valse sleutel ondanks vermeende toestemming eigenaar
Verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor diefstal van een auto en autosleutel met gebruik van een valse sleutel. Hij had zonder toestemming van de feitelijke gebruiker van de auto, die in een woning verbleef, de autosleutel weggenomen door zich met een valse huissleutel toegang te verschaffen. Verdachte stelde dat hij toestemming had van de juridische eigenaar van de auto om deze mee te nemen en te verkopen, en dat hij de huissleutel had gekregen om de feitelijke gebruiker te kunnen wekken.
Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de sleutel die verdachte gebruikte als een valse sleutel moest worden aangemerkt omdat hij deze voor een ander doel gebruikte dan waarvoor hij was verstrekt. Het hof stelde vast dat verdachte handelde met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, omdat hij de auto wilde verkopen om een schuld van de feitelijke gebruiker aan hem te verhalen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verduidelijkte dat het gebruik van een sleutel buiten de toegestane bestemming kwalificeert als gebruik van een valse sleutel. Ook het vermeende bezit van toestemming van de juridische eigenaar maakt het handelen niet rechtmatig. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat het middel faalt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor diefstal met gebruik van een valse sleutel.